Het toenmalige kabinet heeft geaccepteerd dat waarschijnlijk alle Molukse gijzelnemers zouden omkomen bij het militaire ingrijpen waarmee een einde werd gemaakt aan de treinkaping bij De Punt in 1977.

Dat blijkt uit archiefonderzoek dat minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie en minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie hebben laten doen op verzoek van de Tweede Kamer.

"Het doel van het plan was de bevrijding en bescherming van de gegijzelde passagiers in de trein. De consequentie dat waarschijnlijk alle gijzelnemers zouden omkomen, werd aanvaard", aldus de ministers woensdag. 

"Het uitgeoefende geweld door de scherpschutters en de mariniers viel binnen de grenzen van de geweldstoepassing die door het bevoegd gezag was voorzien en aanvaard", zeggen Opstelten en Hennis. 

Opstelten benadrukte tijdens de presentatie van het rapport dat er geen sprake was van executie van de gijzelnemers. “Het doel was niet om de gijzelnemers te doden, maar om de gegijzelden te beschermen.”

Vuurwapens

Het onderzoek bevestigt volgens Opstelten en Hennis "op vrijwel alle punten" wat het kabinet de Kamer in 1977 heeft gemeld. Op één punt zit het anders. "Dit is de mededeling dat er in de trein niet is geschoten op gijzelnemers die zich niet met een vuurwapen verzetten." 

Zo is door de mariniers die de trein bevrijdden geschoten op gijzelnemers in de kop van de trein. Zij hadden wel wapens, maar er zijn geen aanwijzingen gevonden dat zij zich daarmee hebben verzet. De vrouwelijke gijzelnemer die is gedood door de mariniers bleek later geen wapen te hebben. 

Uit het onderzoek blijkt dat de bewering van toenmalig minister van Justitie Dries van Agt, dat niet is geschoten op kapers die zich niet met een vuurwapen verzetten, daarom niet klopt. 

Video: Minister Opstelten: 'Geen Executies bij De Punt'

'Hollow-points'

De onderzoekscommissie betitelde het gebruik van de zwaardere, zogeheten 'hollow-point kogels' tegen de gijzelnemers als "gerechtvaardigd", omdat de gijzelnemers de gegijzelden gebruikten als schild. Deze hollow-point kogels veroorzaken inwendig meer letsel.

Maar volgens de commissie werden ook deze gebruikt met het doel om de gijzelnemers uit te schakelen zonder de gegijzelden te verwonden. De kogels worden normaal niet gebruikt door de politie of krijgsmachtonderdelen. Om ze toch te mogen gebruiken moet de verantwoordelijk minister toestemming geven. Dit is ook destijds ook gebeurd. 

'Niet onzorgvuldig'

In het archiefonderzoek zijn verder geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen waaruit blijkt dat het besluit tot ingrijpen destijds onzorgvuldig, onvolledig of onjuist is geweest. Het optreden berustte op een toereikende wettelijke grondslag, aldus Opstelten en Hennis.

Volgens hen zijn er geen aanwijzingen gevonden dat de zes gedode gijzelnemers zich duidelijk waarneembaar hebben overgegeven. Twee gijzelnemers gaven zich wel over en één gijzelnemer werd na een schotenwisseling overmeesterd. 

“Het onderzoek laat zien welke complexe afwegingen gemaakt moesten worden. Het is volgens minister Hennis "niet mogelijk na 30 jaar de afweging opnieuw te maken."

Verantwoording

Van Agt verklaarde achteraf dat er geen andere mogelijkheid was en dat de kapers niet doelbewust waren doodgeschoten, maar daar ontstond eind vorig jaar twijfel over toen uit een geheim gebleven nota bleek dat is geschoten om te doden. Aangenomen werd dat de kapers door in totaal door 144 kogels getroffen zouden zijn. 

De onderzoekscommissie heeft geconcludeerd dat het in deze verantwoording achteraf niet om het aantal kogels ging, maar om het aantal verwondingen.

Daarnaast heeft Van Agt aan de onderzoekscommissie verklaard dat hij de Tweede Kamer destijds geïnformeerd heeft met de informatie die toen voorhanden was. "De antwoorden zijn gebaseerd op de stukken die mij toen zijn aangereikt en mededelingen die mij toen zijn gedaan door de bevelhebbers van de operatie", zo heeft Van Agt aan de commissie verklaard. 

De commissie gaat verder ook niet in op het verantwoording aan de Tweede Kamer, omdat het concrete dossier van alles wat van Agt bij zich had tijdens dat debat, niet beschikbaar is. 

Video: De treinkaping bij De Punt

Treinkaping

De treinkaping bij De Punt vond plaats in mei 1977. Een trein op weg van Assen naar Groningen werd toen door Molukse jongeren gekaapt. 

De kaping duurde twintig dagen. Op 11 juni werd in opdracht van toenmalig premier Joop den Uyl en minister van Justitie Dries van Agt met veel geweld een einde gemaakt aan de kaping.

Met straaljagers werden de kapers afgeleid, zodat mariniers ongezien de trein konden bestormen. Bij de schietpartij die volgde, kwamen zes kapers en twee gijzelaars om.