Met bijna twintig missies in het buitenland en tal van militaire activiteiten in Nederland doet Defensie momenteel het maximale wat mogelijk is. 

De organisatie "presteert op de toppen van haar kunnen", zei minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie donderdag in een debat in de Tweede Kamer over haar begroting voor volgend jaar.

Volgens haar zijn er 1.700 militairen uitgezonden en is een veelvoud daarvan bezig met de ondersteuning of met de voorbereiding op een missie.

Duizenden militairen worden daarnaast ingezet voor nationale veiligheidstaken. Hoewel Defensie er na twee decennia bezuinigingen geld bij krijgt, zit de organisatie aan de grens van wat ze kan doen, aldus de minister.

Verslechterde veiligheidssituatie

Vanwege de verslechterde internationale veiligheidssituatie krijgt Defensie volgend jaar 50 miljoen euro extra en in 2016 150 miljoen. Vanaf 2017 gaat het jaarlijks om 100 miljoen euro erbij.

Een Kamermeerderheid vindt echter dat het defensiebudget de komende jaren verder omhoog moet. Het kabinet komt daar in het voorjaar op terug. Eerst wordt in kaart gebracht wat de toekomstige ambities van de krijgsmacht moeten zijn en hoeveel geld nodig is om die waar te maken. Hennis benadrukte alvast dat Defensie niet meer kan doen met hetzelfde geld.

NAVO

De NAVO-landen hebben afgesproken om in tien jaar weer 2 procent van het bruto nationaal product uit te geven aan Defensie. Nederland zit nu op 1,16 procent. Volgens Hennis zijn die afspraken relevant, maar ze wil zich niet blindstaren op dat percentage van 2. Het gaat er ook om wat landen in de praktijk leveren, zei ze.