In de Tweede Kamer is geschokt gereageerd op een onderzoek waaruit blijkt dat er onder Turkse jongeren veel steun is voor jihadistische groeperingen als IS.

Dat blijkt woensdag tijdens een debat over integratie.

SP, CDA en D66 willen daarom een hoorzitting om meer te weten over waarom jongeren dergelijke radicale opvattingen hebben en waarom er binnen de Turkse gemeenschap sprake lijkt te zijn van een 'parallelle samenleving'.

Uit een dinsdag gepresenteerd onderzoek van Motivaction blijkt dat 80 procent het niet 'verkeerd' vindt dat er door groeperingen uit naam van de jihad geweld wordt gebruikt tegen anders gelovigen of niet-gelovigen.

Uit het onderzoek blijkt verder dat 90 procent van de Turkse jongeren vindt dat de strijders die het opnemen tegen Assad 'helden' zijn en dat de helft het een goede zaak vindt als Nederlandse moslims naar Syrië vertrekken om daar mee te doen aan de strijd.

Kwalitatief onderzoek

Minister Lodewijk Asscher (Integratie) noemde op NU.nl de resultaten "zeer verontrustend". Hij kondigde tevens nader kwalitatief onderzoek aan om de uitkomsten te kunnen verklaren. 

Tijdens het debat stelde Asscher sindsdien tientallen reacties te hebben gekregen van jonge Turkse Nederlanders die zich "niet gepresenteerd voelden door de uitkomsten en niets moeten hebben van het geweld van IS".

Hij wil binnen drie weken duidelijkheid geven over hoe dit vervolgonderzoek zal worden uitgevoerd. Hij wil zich daarbij ook richten op de invloed van de Turkse media op de Turkse samenleving in Nederland.

Milli Görüs

Binnen de Tweede Kamer zijn er naast de radicale opvattingen van Turkse jongeren ook zorgen om vier Turkse religieuze organisaties: de Süleymanci beweging, Milli Görüs, Diyanet en de Fethullah Gülenbeweging.

Asscher wil deze organisaties monitoren, omdat er sterke twijfels zijn over de rol van deze organisaties bij de integratie van Turkse Nederlanders. Mogelijk werken deze organisaties zelfs integratie tegen, vreest de minister.

In december heeft Asscher al een gesprek met diverse Turkse organisaties om de problemen met integratie te bespreken.

Diverse partijen willen echter zelf ook de handschoen oppakken en Turkse organisaties uitnodigen in de Kamer. "Hoe wordt de integratie en de focus op Nederland versterkt?", vraagt D66-Kamerlid Steven van Weyenberg zich af.

Onacceptabel

Ahmed Marcouch (PvdA) noemt het "onacceptabel en onwenselijk" dat uit onderzoek blijkt dat de Turkse overheid en Turkse organisaties invloed hebben op de gemeenschap in Nederland. "Dat accepteer ik niet van welke buitenlandse overheid dan ook. Mensen moeten in staat worden gesteld hun eigen leven te leven."

SP-Kamerlid Sadet Karabulut wil daarnaast Turkse organisaties uitdagen om zelf het initiatief te nemen om over gevoelige kwesties het debat te voeren.

Marcouch nam in het debat afstand van uitspraken van fractiegenoten Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk in het AD. Volgens de twee PvdA-parlementariërs maakt Asscher zich schuldig aan "uitsluitingspolitiek" door de Turkse organisaties te willen monitoren.

"Als die uitspraken zijn gedaan dan deugen ze niet", aldus Marcouch. Hij vindt het juist goed dat Asscher "de vinger op de zere plek" legt.

Asscher erkende tijdens het debat dat "monitoren" te ambtelijk klinkt. Wel wil hij de vinger aan de pols houden. Hij vraagt daarbij transparantie van de Turkse organisaties.

Radicalisering

CDA-Kamerlid Pieter Heerma wil dat Asscher er een tandje bij zet om radicalisering aan te pakken. "Het eerder aangekondigde actieplan was vooral een opsomming van wat er al gebeurde", stelt Heerma. "En wordt het niet eens tijd om verheerlijking van terroristisch geweld strafbaar te stellen?"

Machiel de Graaf (PVV) stelde voor om de rijksfinanciering van Turkse organisaties te stoppen en sommige zelfs te verbieden.