De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met de invoering van een leenstelsel voor studenten. Daarmee komt er vanaf volgend studiejaar een einde aan de basisbeurs. 

De huidige studenten behouden hun basisbeurs wel.

De steun voor het voorstel van minister Jet Bussemaker (Onderwijs) kwam niet onverwacht. In het voorjaar werd er een akkoord gesloten tussen de minister, VVD, PvdA, D66 en GroenLinks.

Met het geld dat wordt bespaard, wil de Kamer investeren in de kwaliteit van het hoger onderwijs.

Om te voorkomen dat afgestudeerden met hoge maandelijkse lasten komen te zitten is er een aflostermijn in de wet geregeld van 35 jaar. Bovendien blijft de aflossing beperkt tot maximaal 4 procent van het maandelijkse inkomen en hoeft er pas te worden afgelost bij minimumloon.

Schulden

Tegenstanders van het leenstelsel vrezen dat studenten met hoge schulden komen te zitten boven de al hoge lasten voor starters op de woningmarkt en de arbeidsmarkt.

Ook zijn er partijen die stellen dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs wordt beperkt, omdat met name de lagere sociale niveaus weerstand hebben tegen het lenen van de studiefinanciering.

Voor ouders met lage inkomens blijft een aanvullende beurs beschikbaar. Ook blijft de ov-kaart in stand en wordt deze regel zelfs uitgebreid voor minderjarige mbo'ers.

D66 bedong bij het akkoord dat studenten inspraak krijgen op de onderwijsbegroting van de instelling.

Studentenorganisaties proberen aanstaande vrijdag het leenstelsel alsnog te voorkomen door een demonstratie te houden op het Haagse Malieveld. Zij zullen daar de Eerste Kamer oproepen het leenstelsel alsnog te blokkeren.