Het Nederlandse voornemen om het verdrag over sociale zekerheid op te zeggen zet de diplomatieke relatie met Marokko onder druk. 

Dat meldt de Volkskrant dinsdag.

Ambassadeur Abdel Bellouki waarschuwt ervoor dat het plan de remigratie van Nederlandse Marokkanen zal ontmoedigen en ze terugdrijft naar Nederland.

De Marokkaanse regering voelt zich geschoffeerd en spreek van een "onvriendelijke daad". Bellouki vindt dat Nederland Marokko een ultimatum heeft gesteld.

Bij het kabinetsvoornemen wordt het verdrag opgezegd waarin de export van uitkeringen naar Marokko is geregeld. Nederland heeft jarenlang tevergeefs bij Marokko aangedrongen op aanpassing van dat verdrag aan het zogenaamde woonlandbeginsel, waarbij uitkeringen bij export buiten de EU worden verlaagd conform de koopkracht in dat land.

Lager

In Marokko betekent dat dat veel uitkeringen 40 procent lager uitvallen. Nederland wil ook de export van kinderbijslag, het kindgebonden budget en de vergoeding van zorgkosten stopzetten.

Omdat Marokko niet mee wilde werken, wil het kabinet het verdrag per 2016 opzeggen.

"Wij hebben er niet om gevraagd. Wij wensten de verhouding en samenwerking te versterken. Marokko en de Marokkaanse maatschappij zien opzegging als een onvriendelijke daad,” aldus Bellouki.

Uitkeringskandidaten

De ambassadeur wijst erop dat de opzegging van het verdrag ''pas per 2016 van kracht wordt en alleen voor nieuwe uitkeringen. Toekomstige uitkeringskandidaten blijven dan in Nederland en anderen komen terug naar Nederland om de volle uitkering te krijgen.''

''Als dat gebeurt, is er geen besparing voor Nederland'', vervolgt de diplomaat. Nederland wil de uitkeringen die naar mensen in Marokko gaan al een tijdje aanpassen aan het levenspeil in dat land. Daarom wil het kabinet het verdrag opzeggen.

Asscher

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken zegt in een reactie dat Nederland lang met Marokko heeft gesproken over het aanpassen van de uitkeringen aan het prijspeil in dat land. Dat leidde niet tot resultaat. "Dan houdt het een keer op." Ook een Kamermeerderheid wilde dat het verdrag zou worden opgezegd.