De werkomstandigheden van de Nederlandse militairen in Gao in het noordoosten van Mali zijn acceptabel. Dat heeft minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie aan de Tweede Kamer geschreven. 

De SP had opheldering gevraagd na berichten over militairen die klachten hadden over tekortkomingen op kamp Castor.

Volgens de minister is de veiligheid van de militairen niet in het geding, werken ze met kwalitatief goed materiaal dat toereikend is om hun werk te doen en zijn de logistieke voorraden in de afgelopen maanden verder aangevuld. Kritieke reservedelen, bijvoorbeeld voor het sanitair, worden versneld naar Mali vervoerd.

Ook vult Nederland het standaard-voedselrantsoen van de Verenigde Naties (VN) aan tot een ''meer gevarieerd menu''. Vanwege de hitte zijn de werktijden aangepast, vooral voor militairen die lichamelijk werk doen.

Nieuw personeel krijgt bovendien de tijd om te wennen aan het werken in een heet klimaat. ''Overigens zijn Nederlandse militairen opgeleid om onder moeilijke omstandigheden te opereren'', schrijft Hennis.

Deelnemen

Zo'n 450 Nederlandse militairen nemen deel aan de VN-missie (Minusma) in Mali, die de veiligheid en stabiliteit in dat West-Afrikaanse land moet herstellen. Ze verzamelen en analyseren inlichtingen voor de missie.

De meeste Nederlanders zijn in Gao gelegerd. Sommige blauwhelmen hadden bij vakbonden geklaagd over onder meer de huisvesting en hygiëne. Ze vonden dat de vergoeding vanwege de werkomstandigheden omhoog moet.

Het Nederlandse kamp is naar verwachting eind april helemaal klaar.