Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) vindt de huidige basisbeurs voor studenten "ondoelmatig en oneerlijk".

Dat zegt de minister woensdag tijdens het vervolg van het Kamerdebat over de invoering van een leenstelsel voor studenten.

"Elke student krijgt hem, of de beurs nu nodig is of niet", aldus de minister. "Ook studenten die zonder basisbeurs zouden zijn gaan studeren, alle havisten en vwo’ers zeggen zonder basisbeurs ook te gaan studeren, hebben allemaal op die manier ondersteuning van de overheid gekregen. Dat is niet nodig, dat is niet handig, en dat kost geld."

Bussemaker stelt verder dat de basisbeurs zijn werk heeft gedaan en niet meer van deze tijd is. De basisbeurs als stimulans is niet meer nodig, omdat het vanzelfsprekend is geworden om te gaan studeren, aldus de minister.

Ze wijst er bovendien op dat er nu al door studenten wordt bijgeleend en ze vindt de basisbeurs "buitengewoon duur". De opbrengsten van het afschaffen van de basisbeurs moet ten goede komen aan de kwaliteit van het hoger onderwijs.

Leenstelsel

Na ruim twee jaar gesteggel wordt in de Kamer dinsdag en woensdag eindelijk het wetsvoorstel behandeld dat de invoering van een leenstelsel mogelijk maakt.

Het gevolg is dat studenten die vanaf 1 september 2015 gaan studeren hun studiefinanciering moeten gaan lenen. De opbrengsten moeten worden geherinvesteerd in het hoger onderwijs. Bussemaker kwam hierover eerder dit jaar tot een politiek akkoord met VVD, PvdA, D66 en GroenLinks.

Vrijwel alle andere partijen zijn fel tegen het plan. Ze vrezen dat de toegankelijkheid van studeren wordt aangetast en dat afgestudeerden met torenhoge schulden blijven zitten.

Spookverhalen

Bussemaker stelde dat er "spookverhalen" worden verspreid over de gevolgen van het leenstelsel. Volgens haar blijkt uit onderzoeken dat negatieve effecten zich "slechts in afgezwakte vorm zullen voordoen".

Om leenangst te voorkomen zijn er maatregelen genomen, zoals een verlengde terugbetaaltermijn van 35 jaar en een hogere aanvullende beurs voor minder draagkrachtige ouders. Ook hoeft er pas worden terugbetaald als er minimumloon wordt verdiend.

Bussemaker zegde wel toe om de effecten na drie jaar te monitoren in een brede evaluatie. Ze zal daarbij ook de studenten betrekken en kijken naar de instroom, maar ook de doorstroom en de uitstroom. Volgens haar is het een groot probleem dat nu veel studenten uitvallen.

Ook wijst ze er op dat het niet per se een probleem is dat minder mbo'ers doorstuderen op het hoger onderwijs. "Er is niks mis mee als ze er voor kiezen om eerst gaan werken. We maken het makkelijker om later alsnog verder te studeren."

Schulden

ChristenUnie-Kamerlid Carola Schouten viel Bussemaker hard aan op de gevolgen van de schulden voor starters op de woningmarkt, mede omdat banken strenger zijn geworden bij het verstrekken van hypotheken. "We hebben jongeren straks weinig perspectief meer te bieden op de woningmarkt", aldus Schouten.

Het CDA wees Bussemaker er op dat het aflossingsregime een prikkel in zich heeft om maximaal te lenen. Aangezien er maximaal 4 procent van het inkomen maandelijks moet worden afgelost zal bij grote leners na 35 jaar een groter bedrag worden kwijtgescholden.

Bussemaker gaat er op basis van een CPB-notitie vanuit dat 86,4 procent van de uitgeleende euro's zal worden afgelost.