Huwelijks- en gezinsmigranten die na april 2011 het basisexamen inburgering in het buitenland hebben gedaan, spreken beter Nederlands dan migranten die voor die tijd het examen hebben afgelegd. 

Dat komt doordat de taaleis in het basisexamen is aangescherpt. Ook de toets 'geletterdheid en begrijpend lezen' die aan het examen is toegevoegd, heeft effect.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken heeft dat woensdag aan de Tweede Kamer geschreven.

Het inburgeringsexamen in het buitenland voor huwelijksmigranten bestaat sinds 2006. Doel is hen beter voorbereid naar Nederland te laten komen. De migranten krijgen een basiskennis van het Nederlands en van de Nederlandse samenleving. Op 1 april 2011 is de taaleis verhoogd.

Op 1 november had een nieuw basisexamen moeten ingaan, maar dat is niet gelukt. Dat komt door computerproblemen. Aan een oplossing wordt gewerkt, meldt Asscher.