Dat het einde van de basisbeurs in zicht is lijkt een voldongen feit. In de Tweede Kamer probeert de oppositie er dinsdag nog de scherpe kantjes af te halen.

Na ruim twee jaar gesteggel wordt in de Kamer dinsdag en woensdag eindelijk het wetsvoorstel behandeld dat de invoering van een leenstelsel mogelijk maakt.

Het gevolg is dat studenten die vanaf 1 september 2015 gaan studeren hun studiefinanciering moeten gaan lenen. De opbrengsten moeten worden geherinvesteerd in het hoger onderwijs. Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) kwam hierover eerder dit jaar tot een politiek akkoord met VVD, PvdA, D66 en GroenLinks.

Vrijwel alle andere partijen zijn fel tegen. Ze vrezen dat de toegankelijkheid wordt aangetast en dat afgestudeerden met torenhoge schulden blijven zitten. Wel komen deze partijen met voorstellen om de gevolgen te verzachten.

Master

Zo wil SP-Kamerlid Jasper van Dijk via een amendement de huidige bachelorstudenten ontzien als zij straks in de masterfase alsnog worden geconfronteerd met een leenstelsel. 

Ook hebben hij en Carola Schouten (ChristenUnie) een voorstel om meerjarige masters te ontzien, omdat onder andere betastudenten hier onevenredig nadeel van zullen ondervinden. Masterstudenten moeten wat hem betreft maximaal een jaar moeten lenen.

Verder wil hij het mogelijk maken dat studenten in bijzondere gevallen, waaronder ziekte, een jaar gevrijwaard worden van het leenstelsel en moeten topsporters buiten het leenstelsel gaan vallen.

Schouten wil daarnaast dat bij uitwonende chronisch zieken en gehandicapten een groter bedrag wordt kwijtgescholden. In de wet gaat dit om een bedrag van 1.200 euro. Schouten wil hier 3.300 euro van maken.

Ze wijst de initiatiefnemers er op dat het leenstelsel volgens het Bureau Krediet Registratie (BKR) zorgt voor de grootste collectieve schuldenlast naast de hypotheekschulden. 

Minder studenten

Haar CDA-collega Michel Rog deelt deze angst. "Dit stelsel leidt tot meer lasten en minder studenten." Volgens hem blijkt uit ervaringen met een leenstelsel in het Verenigd Koninkrijk dat de opbrengsten van dit systeem tegenvallen.

Rog stelt bovendien dat Bussemaker zich rijk rekent met het leenstelsel. Volgens hem wordt het systeem nu zo ingericht dat bij studenten die veel lenen ook meer wordt kwijtgescholden.

Dit is het gevolg van de maximale aflossingstermijn van 35 jaar en het maximale percentage van het inkomen waarmee maandelijks moet worden afgelost. Hierdoor zal er na 35 jaar voor stevige leners een groter bedrag worden kwijtgescholden dan bij bescheiden leners, zo vreest Rog.

SGP-Kamerlid Roelof Bisschop komt met een voorstel om studenten een jaar collegegeld terug te geven als zij binnen de reguliere termijn afstuderen.

Harm Beertema (PVV) erkent dat zijn partij voorstander was van een leenstelsel in de masterfase, maar een voorstel dat ook voor de bachelorfase geldt raakt volgens hem hard aan de kenniseconomie. "Kostbaar talent komt hierdoor niet of minder tot bloei", stelt hij.

Eerste Kamer

Van Dijk verwacht dat de Eerste Kamer uiteindelijk gehakt maakt van het leenstelsel. "Dit wetsvoorstel is broddelwerk. De Raad van State concludeerde dat niet duidelijk is hoe de opbrengsten worden geherinvesteerd in het hoger onderwijs. Dat geld komt pas over jaren vrij. Ook gaan de middengroepen er zwaar op achteruit. Bovendien komt er nog een demonstratie aan."

Ook Beertema rekent op de Eerste Kamer. Hij wijst er op dat D66-senator Thom de Graaf eerder in zijn rol als voorzitter van de Vereniging Hogescholen tegenstander was van een leenstelsel. 

Reconstructie: Hoe de Kamer regie over het leenstelsel pakte