Minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie is er geen principieel tegenstander van om drones te bewapenen. Nederland heeft daarvoor nog geen plannen, maar ze sluit niets uit voor de toekomst.

Dat zei ze maandag in een overleg met de Tweede Kamer. Als het kabinet de onbemande vliegtuigjes toch wil voorzien van wapens, dan zal ze de Tweede Kamer daarover informeren.

Defensie beschikt al over twee types drones (Raven en Scan Eagle) en is bezig met de aanschaf van een nieuwe, de Amerikaanse MQ-9 Reaper. Die kan ook goed worden ingezet zonder bewapening, aldus Hennis, bijvoorbeeld voor het verzamelen van informatie tijdens buitenlandse missies of voor dijkbewaking in Nederland.

Begin februari zei Hennis dat ze voorziet dat er de komende vijftien jaar geen Nederlandse drones worden bewapend. ''Maar die vijftien jaar is geen wet van Meden en Perzen'', zei ze maandag.

Onderzeeërs

Tijdens het overleg gaf Hennis aan nieuwe onderzeeërs te willen aanschaffen. Ze komt in de eerste helft van volgend jaar eerst met een visie op de onderzeeërs en dan met een plan voor de opvolger van de huidige vier onderzeeërs van de Walrusklasse.

Ze is daarover in gesprek met andere landen, maar de uitkomst daarvan hangt af van de ''investeringsbeslissingen'' die die landen moeten nemen. ''Het is een nichecapaciteit die we moeten koesteren'', zei de minister maandag al wel. Haar partijgenoot Ronald Vuijk had haar in een overleg in de Tweede Kamer gevraagd hoe het staat met de aanschaf van nieuw materieel.

De vier vaartuigen zijn sinds 1990 in gebruik. Bij het ontwerp is uitgegaan van een levensduur van 25 jaar. Om die levensduur te verlengen tot 2025, is een en ander aangepast en vervangen. De onderzeeërs worden vooral ingezet voor verkenningen. In oorlogstijd zouden ze zich vooral bezighouden met het opsporen en aanvallen van vijandelijke onderzeeboten en oppervlakteschepen.