Mark Rutte deed zijn uitspraak over het vereenvoudigen van de cao's niet in zijn hoedanigheid als burger, maar als premier.

Dat heeft Rutte woensdag toegegeven in een brief aan de Tweede Kamer. D66 had om opheldering gevraagd omdat de partij vindt dat een premier tijdens een openbare bijeenkomst niet als privépersoon kan spreken.

"Met mijn uitspraak dat ik me als geïnteresseerd burger zou kunnen voorstellen dat er rondom de cao's een paar interessante kansen liggen heb ik vooral terughoudendheid van het kabinet ten aanzien van de inhoud van cao's willen onderstrepen", schrijft Rutte. "Hierbij geldt vanzelfsprekend dat ik dit alles heb gezegd in mijn hoedanigheid als minister-president."

Rutte schrijft verder dat de kern van zijn betoog was dat hij het sluiten van cao's een zaak vindt van het "gezamenlijk overleg tussen werkgevers en werknemers". Bij BNR zei de "geïnteresseerde burger" Rutte maandag dat cao's "minder gestold wantrouwen" moeten zijn.