Een aantal Turkse organisaties en stromingen moeten van minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) transparanter worden. 

Ook gaat hij de Turkse overheid aanspreken op de invloed die zij uitoefenen op Turkse migrantenorganisaties in ons land.

Dat schrijft de bewindsman die belast is met integratie donderdag aan de Tweede Kamer.

Hij heeft onderzoek laten doen naar vier organisaties en stromingen en daaruit bleek dat er veel onduidelijkheid is over hun doelstellingen en werkwijzen. Dit vindt Asscher ''onacceptabel''.

In hoeverre de organisaties - de Süleymanci beweging, Milli Görüs, Diyanet en de Fethullah Gülenbeweging - zich bemoeien met de levensstijl van Turken in ons land konden de onderzoekers niet vaststellen. ''Een gebrek aan transparantie past niet in een open democratische samenleving'', stelt Asscher in de brief.

Moederorganisatie

De vier bewegingen zijn organisatorisch verbonden met een moederorganisatie in Turkije. De Islamitische Stichting Nederland is de Nederlandse tak van overheidsorganisatie Diyanet en verantwoordelijk voor 143 moskeeën. De stichting wordt rechtstreeks aangestuurd door Diyanet in Turkije.

Volgens Asscher ''lijkt de druk en invloed van Turkije en de Turkse overheid onverminderd groot te zijn''. Naast Diyanet zijn er nog een reeks andere organisaties die Turken in de diaspora kunnen beïnvloeden. Hij gaat hierover met de Turkse autoriteiten praten.

Maatregelen

De minister neemt een aantal maatregelen. Hij gaat onder meer in kaart brengen hoe de organisaties functioneren. Als uit nieuwe nasporingen blijkt dat een beweging de integratie belemmert, kunnen subsidies worden stopgezet. Asscher wil meer oriëntatie op en binding met de Nederlandse samenleving.

Aanleiding voor het onderzoek was een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2012. Daaruit blijkt dat de Turkse gemeenschap in vergelijking met andere minderheden meer in zichzelf gekeerd is.