Gemeenten moeten echt meer werk maken van het handhaven van de nieuwe leeftijdgrens voor alcohol. 

Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) stelt dat donderdag in reactie op onderzoek dat STAP, het Nederlands instituut voor alcoholbeleid, deed in opdracht van Van Rijn.

De meeste gemeenten (81 procent) blijken wel in de gaten te houden of jongeren met alcohol wel 18 jaar of ouder zijn. Maar de 530 toezichthouders die op pad gingen, waarschuwden vooral en deelden nauwelijks boetes uit.

Verder blijken nog steeds niet alle gemeenten een preventie- en handhavingsplan te hebben, terwijl dat er toch op 1 juli had moeten liggen.

Tandje bijzetten

Van Rijn vindt dat gemeenten een tandje moeten bijzetten. ''We zitten midden in een normverandering over alcohol. Daarin spelen ouders en kinderen zelf een cruciale rol, evenals verkopers van alcohol en heldere voorlichting en handhaving door de lokale overheid’’. Hij vindt dat recent onderzoek aanleiding is om optimistisch te zijn.

''Onze jongeren zijn niet meer de zuipschuiten van Europa blijkt uit onderzoek. Maar die trend moeten we wel vasthouden met zijn allen. En daarvoor is het cruciaal dat alle gemeenten gewoon doen wat de wet voorschrijft.’’

Sinds 1 januari 2014 geldt 18 jaar als de minimumleeftijd voor alcohol (en tabak). Handhaven van de drank- en horecawet is sinds 1 januari 2013 de taak van de gemeente.