Wetsvoorstel afschaffen basisbeurs studenten naar Kamer

Het wetsvoorstel van minister Jet Bussemaker (Onderwijs) om een einde te maken aan de basisbeurs is maandagmiddag naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het leenstelsel dat de basisbeurs zal vervangen moet al komend studiejaar ingaan. Studentenorganisaties hebben inmiddels een grote demonstratie aangekondigd voor 14 november op het Malieveld.

"We liggen hiermee op koers. Ik vind het van groot belang dat we scholieren en studenten zo snel mogelijk kunnen gaan voorlichten over wat dit voor hen persoonlijk betekent", aldus Bussemaker. Dit najaar zal de Tweede Kamer het wetsvoorstel behandelen. Ook is er nog een hoorzitting aangekondigd.

De Raad van State zet kritische kanttekeningen bij het wetsvoorstel. Zo betwijfelt de Raad of de vrijkomende middelen door het afschaffen van de basisbeurs (tussen de 600 en 800 miljoen euro) voldoende zijn om voor een kwaliteitsimpuls te zorgen, gezien het toenemende aantal studenten.

Volgens de Raad van State is de huidige impuls niet voldoende om Nederland in de top 5 van de wereld te krijgen.

Overgangsrecht

Daarnaast stelt de Raad van State voor om een overgangsrecht in te bouwen voor huidige bachelorstudenten die een master willen gaan volgen. In het voorstel van Bussemaker zit er een harde knip tussen bachelor en master en krijgen de huidige bachelorstudenten dus direct te maken met het leenstelsel. 

Ook zou het voorstel om studenten instemmingsrecht te geven op de begroting, een wens van D66, beter kunnen worden geschrapt. "Juist op dit terrein, waar een integrale beleidsmatige en financiële afweging nodig is, dient het primaat van het bevoegd gezag te gelden", aldus de Raad.

Bussemaker laat in een reactie aan NU.nl weten beide voorstellen van de Raad van State niet over te nemen. "Daar verschillen wij van mening", aldus Bussemaker. "Ik hecht er aan dat studenten ook zelf kunnen meebeslissen hoe we die kwaliteit van het hoger onderwijs verbeteren."

Ook studentenorganisaties zijn buitengewoon kritisch over het wetsvoorstel. Ze vrezen dat er een te hoge drempel wordt opgebouwd, waardoor straks minder jongeren zullen gaan studeren. 

Investeren

Desondanks verdedigt Bussemaker het voorstel. "Ik verwacht wel protesten en ik begrijp dat niet alle maatregelen leuk zijn, maar ik kan daar wel dingen tegenover stellen: behoud van de OV-studentenkaart, instemmingsrecht, investeringen in kwaliteit."

Bussemaker wijst erop dat de overheid nog altijd 6.500 euro per student per jaar van de opleiding bekostigt.

Komende tijd wil de minister langs verschillende universiteiten en hogescholen om over de kwaliteitsinvesteringen te praten. Volgend jaar werkt ze haar voorstellen uit in een "strategische agenda".

Te snel

Voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg, Falco Carelsz, wil dat het leenstelsel niet wordt ingevoerd zolang er geen duidelijkheid is over de kwaliteitsinvestering.

"Het leenstelsel komt te snel. Eerst moeten er duidelijk afspraken komen over hoe er geïnvesteerd gaat worden in de kwaliteit van het hoger onderwijs en moeten problemen waardoor studenten buiten hun schuld om langer studeren worden opgelost", aldus Carelsz.

"Wij maken ons grote zorgen over de toegankelijkheid van het hoger onderwijs en de beloofde investeringen, want studenten moeten meer gaan betalen terwijl het nog steeds onduidelijkheid is hoe het geld geïnvesteerd wordt."

Scholierenorganisatie LAKS: "Scholieren van de generatie-Bussemaker zullen alleen naar de hogeschool of universiteit gaan als zij het kunnen betalen. De minister breekt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs af en dat is een schande.''

Dom

Ook diverse oppositiepartijen in de Kamer zijn fel tegen. ChristenUnie-Kamerlid Carola Schouten noemt het plan "dom". "We gaan jongeren opzadelen met grote schulden en de toegankelijkheid van het hoger onderwijs bemoeilijken. Onbegrijpelijk dat VVD, PvdA, maar juist ook D66 en GroenLinks hiervoor willen tekenen", aldus Schouten. 

"Nederland wil graag een kennisland zijn, maar voert tegelijkertijd beleid in dat ambitie bestraft. Dat is niet alleen dubbel, maar vooral heel erg dom."

CDA-Kamerlid Michel Rog waarschuwt dat middengroepen de klos zullen zijn van de plannen van Bussemaker. De Raad van State onderschrijft zijn angst. Die wijst erop dat middengroepen "naar verhouding de afgelopen jaren reeds zwaar zijn belast door bezuinigingen op voorzieningen en toenemende lastendruk".

Akkoord

Het wetsvoorstel dat maandag is gepresenteerd, is een uitwerking van het akkoord dat in het voorjaar werd gesloten tussen VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. 

Al deze partijen staan achter het principe van een leenstelsel, maar toch had Bussemaker anderhalf jaar nodig om tot een akkoord te komen. De steun van D66 en GroenLinks was essentieel om het voorstel ook door de Eerste Kamer te kunnen krijgen, waar de coalitie geen meerderheid heeft.

Door de politieke overeenkomst met de twee oppositiepartijen is er ten opzichte van het eerdere voorstel wel minder geld beschikbaar voor investeringen in de kwaliteit van het onderwijs.

Dit komt doordat D66 en GroenLinks hebben bedongen dat geld wordt ingezet om ouders met een lager inkomen te compenseren. Zo wordt de aanvullende beurs voor ouders met lage inkomens verhoogd en de beurs voor studenten met weigerachtige of onvindbare ouders behouden.

Aflossing

In het akkoord is ook afgesproken dat studenten veel langer dan nu de tijd krijgen om hun schuld af te lossen. Nu ligt die termijn op 15 jaar, dit gaat naar 35 jaar.

Ook wordt de maandelijkse aflossing gemaximeerd op 4 procent van het inkomen. In het huidige systeem wordt maximaal 12 procent afgelost.

De OV-studentenkaart blijft overeind. In het regeerakkoord was nog het voornemen om deze om te zetten in een kortingskaart. Daarnaast is er voor gezorgd dat ook (minderjarige) MBO-studenten recht krijgen op een OV-studentenkaart. 

Verder hoeven afgestudeerden pas te gaan aflossen als ze een baan hebben op minimumloonniveau. In het oorspronkelijke voorstel moest dit al vanaf bijstandsniveau.

Ook is afgesproken dat studenten die komende jaren beginnen aan een bachelorstudie vouchers krijgen ter waarde van 2.000 euro voor bijscholing. Deze studenten profiteren immers nog niet van de kwaliteitsinvestering in het hoger onderwijs. Deze vouchers kunnen tot tien jaar na het afstuderen worden ingezet.

Lees meer over:
Tip de redactie