De regeling om tot 2026 100.000 banen voor arbeidsgehandicapten te scheppen moet met enige soepelheid worden gehanteerd.

Volgens de kabinetsplannen zijn de banen bestemd voor mensen die niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen. Maar werkgevers en werknemers zijn voor een ruimere definitie, omdat hoger opgeleide arbeidsgehandicapten anders buiten de boot vallen.

De voorzitters Hans de Boer van VNO-NCW en Ton Heerts van FNV zeiden dat maandag in een hoorzitting van de Tweede Kamer over de afspraken die staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) heeft gemaakt met de sociale partners.

Een Kamermeerderheid van VVD, PvdA, CDA en D66 wijst de suggestie niet meteen af.

PvdA-Kamerlid John Kerstens vindt wel dat het aantal banen voor arbeidsgehandicapten omhoog moet als de doelgroep groter wordt. Dat laatste geldt ook voor de FNV, onderstreept Heerts. Sjoerd Potters (VVD), Pieter Heerma (CDA) en Steven van Weyenberg (D66) gaan nog niet zover.

'Afkopen'

Als het afgesproken aantal banen niet wordt gehaald, wil Klijnsma bedrijven verplichten circa 5 procent arbeidsgehandicapten in dienst te nemen op straffe van een boete.

Tijdens de hoorzitting voorspelden deskundigen uit het bedrijfsleven dat veel ondernemers het quotum zullen 'afkopen': zij betalen liever een boete dan iemand in dienst te nemen die ze niet kunnen gebruiken.

Overigens bestaat er in kringen van arbeidsgehandicapten ook niet veel enthousiasme voor de quotumregeling. De maatregel wordt daar 'stigmatiserend' gevonden.