Het kabinet is momenteel bezig met het opstellen van de begroting voor 2015. Na jaren bezuinigen lijkt er eindelijk ruimte voor investeringen.

Hoe staat Nederland er voor?

Na jaren van tegenvallers, korte oplevingen en nog meer tegenvallers lijkt structureel economisch herstel te zijn ingezet. 

Afgelopen jaren viel de economische situatie steeds tegen, waardoor meer bezuinigingen nodig waren om aan de Europese begrotingseis van maximaal 3 procent begrotingstekort te kunnen voldoen.

In augustus meldde het Centraal Planbureau (CPB) dat de Nederlandse economie in 2015 met 1,25 procent zal groeien. Het begrotingstekort komt dan uit op 2,1 procent, ruim onder het maximum dus.

Verder moet er volgend jaar een begin worden gemaakt met het herstel van de werkgelegenheid. Verwacht wordt dat de werkloosheid terugloopt van 620.000 naar 605.000. 

Eerder dit jaar bleek dat er op de begroting forse meevallers te noteren waren op de zorguitgaven en de uitgaven in de sociale zekerheid. Daar stonden wel minder gasopbrengsten tegenover. Ook het schrappen van de huishoudtoeslag leverde een forse tegenvaller op.

Verder zorgt een nieuwe methode om de omvang van het bruto binnenlands product (bbp) te berekenen, voor een mogelijke strop, aangezien de uitgaven voor ontwikkelingshulp en de EU-afdrachten zijn gekoppeld aan het bbp.

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën reserveerde daarom in de voorjaarsnota al 600 miljoen euro om deze uitgaven te kunnen opvangen.

Een belangrijke onzekere factor zijn de sancties die door de Europese Unie aan Rusland zijn opgelegd en de tegensancties vanuit Rusland tegenover onder meer Nederland. Dat raakt onze belangrijke exportsectoren.

Wat betekent dat allemaal voor de begroting in 2015?

De diverse mee- en tegenvallers zijn grosso modo tegen elkaar weg te strepen. Het is de aantrekkende economie die enige lucht geeft in de begroting enervoor zorgt dat extra bezuinigingen niet nodig zijn. 

Wel wil het kabinet uiteindelijk naar begrotingsevenwicht, en dat kan door meer inkomsten te genereren bij een sterkere economie of door middel van extra bezuinigingen.

Toch willen de coalitiepartijen VVD en PvdA plus de begrotingspartijen D66, ChristenUnie en SGP weer wat meer geld willen gaan uitgeven. Deze partijen heeft het kabinet nodig om steun te kunnen verwerven in de Eerste Kamer. De behoefte om meer te investeren is groot na jaren van elkaar opvolgende bezuinigingsrondes.

Wat zijn de wensen van de verschillende partijen?

Alle partijen die betrokken zijn bij de onderhandelingen hebben zo hun wensen. Zo hebben zowel VVD als ChristenUnie en SGP een hard punt gemaakt van extra financiële middelen voor defensie, zeker na de ramp met MH17.

Daarnaast willen de meeste partijen lastenverlichting. VVD en PvdA legden al een deal vast toen de strafbaarstelling illegaliteit van tafel werd geveegd. De VVD haalde 500 miljoen binnen voor lastenverlichting voor inkomens vanaf 40.000 euro.

D66, ChristenUnie en SGP pleiten voor verdere lastenverlichting, oplopend tot 1 miljard euro. D66 zegt de lastenverlichting te kunnen dekken door extra bezuinigingen in de zorg en sociale zekerheid.

Verder wil de SGP extra investeren in het Openbaar Ministerie, onder meer om jihadstrijders te kunnen vervolgen. De ChristenUnie wenst miljoenen extra voor de zorg en D66 wil een innovatiefonds in het leven roepen. PvdA-leider Diederik Samsom wil 200 miljoen meer besteden aan de langdurige zorg.

Wat waren de belangrijke hobbels?

Dijsselbloem had in het voorjaar al aangekondigd dat de ruimte voor extra wensen op is na de deal over de strafbaarstelling illegaliteit tussen VVD en PvdA. 

Verder liet VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra in april al laten weten "klaar te zijn met nivelleren". Het is echter een wens van de PvdA, maar ook van bijvoorbeeld ChristenUnie, om eventuele lastenverlichtingen vooral ten goede te laten komen aan de lagere inkomens. Zijlstra zei daarover in het AD: "Het hoeft niet erg te zijn als er geen akkoord komt".

Door de extra wensen van de partijen zal het begrotingstekort weliswaar niet stijgen, maar ook niet sterk dalen. Directeur van De Nederlandse Bank, Job Swank, waarschuwde daarom in juni het kabinet om door te zetten met de koers richting begrotingsevenwicht en dus te stoppen met uitdelen van cadeautjes. 

Wat is de planning?

Omdat het kabinet op het Europese strafbankje zit vanwege de tekorten van afgelopen jaren, is er in april al een concept voor de begroting voor 2015 naar Brussel gestuurd.

Het kabinet voerde daarvoor onderhandelingen met de begrotingspartijen D66, ChristenUnie en SGP. Sinds 18 augustus is het kabinet bezig met het voorbereiden van de begroting voor 2015. Tegelijkertijd sprak het kabinet ook verder met de begrotingspartijen. 

Op 27 augustus werd een akkoord bereikt tussen de oppositiepartijen en het kabinet. Op Prinsjesdag zal de begroting worden gepresenteerd.

Wat is er al uitgelekt?

Om de koopkracht te verbeteren komen de partijen met een lastenverlichting van plusminus 1 miljard. Deels zou deze worden ingezet voor het verhogen van de arbeidskorting voor de hogere inkomens.

Het andere deel wordt gebruikt voor een lastenverlichting voor lagere inkomens via de eerste schijf. Binnen dit bedrag zou ook geld zijn gereserveerd om het kindgebonden budget te verhogen.

Ook komt er in 2015 50 miljoen bij voor defensie. Dit bedrag loopt op tot structureel 100 miljoen. Als onderdeel hiervan krijgt de militaire inlichtingendienst MIVD er structureel 5 miljoen bij. Eerder was al besloten dat de bezuinigingen op inlichtingendienst AIVD zullen worden verzacht vanwege de toenemende dreiging van jihadstrijders.

Voor de bestrijding van jihadisme krijgt het Openbaar Ministerie er in 2015 5 miljoen bij. Vanaf 2017 is dit structureel 20 miljoen.

Verder komt er een half miljard bij voor noodhulp voor met name gevluchte Syriërs en Irakezen. Ook zou er 375 miljoen extra zijn gereserveerd voor de opvang van het toegenomen aantal vluchtelingen in Nederland.

Daarnaast blijft de btw-verlaging op verbouwingen gehandhaafd tot 1 juli. Deze zou eerder per januari 2015 weer vervallen. Verder wordt er 400 miljoen vrijgemaakt om de transitie van zorgtaken van Rijk naar gemeenten te kunnen ondersteunen.