Nederland biedt nog zeven weduwen uit Zuid-Sulawesi een vergoeding voor "schade van slachtoffers van standrechtelijke executies" in voormalig Nederlands-Indië.

Dat melden minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) en minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De mannen van de weduwen werden door het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) tijdens de koloniale oorlog, vlak na de Tweede Wereldoorlog, gedood.  

In totaal hebben nu acht weduwen een schadevergoeding gekregen, een vast bedrag van 20.000 euro.

Tien claims voldoen nog niet aan de voorwaarden, meldt het ministerie van Buitenlandse Zaken. "Mocht de advocaat van deze weduwen met aanvullende informatie komen, dan worden die claims opnieuw bekeken."

De vrouwen deden een beroep op een regeling die de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie in september 2013 in het leven riepen. Die regeling houdt in dat soortgelijke gevallen in aanmerking komen voor eenzelfde vergoeding als die de weduwen van tien slachtoffers uit Zuid-Sulawesi en weduwen van het bloedbad in Rawagedeh op Java kregen. 

Door de regeling zouden de hoogbejaarde vrouwen geen ellenlange juridische procedures hoeven te doorlopen.