Nederland en andere EU-lidstaten mogen niet te ver gaan als ze erachter willen komen of een asielzoeker de waarheid spreekt als die beweert dat hij of zij homo is. 

Medische of zogenaamde medische onderzoeken, indringende ondervragingen of het verlangen van een bewijs van seksuele activiteiten zijn uit den boze.

Dat stelt een belangrijk adviseur van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg donderdag. Die boog zich over de rechtszaak van drie vluchtelingen die in Nederland asiel aanvroegen.

Zij vrezen dat zij in hun land van herkomst worden vervolgd voor hun homoseksualiteit.

Advies

Nederland twijfelde aan hun geloofwaardigheid en wees hun aanvragen af, waarop de mannen naar de Raad van State trokken. De adviseur van het Hof in Luxemburg vindt dat Nederland zich op de geloofwaardigheid van de asielzoeker moet concentreren, dus of het verhaal van de betrokkene waarschijnlijk en samenhangend is.

De Raad van State had de Europese rechtbank om advies gevraagd. De raad wilde weten hoe ver Nederland eigenlijk mag gaan bij het onderzoek naar de seksuele geaardheid. Zij stelt dat het natrekken daarvan moeilijker kan zijn dan een onderzoek naar een vervolging om andere redenen.

De adviseur van het Hof benadrukt dat een asielprocedure geen rechtszaak is. De overheid heeft niet tot taak de onjuistheid van een verzoek aan te tonen.