Human Rights Watch en Amnesty International roepen Nederland op om drie Congolese getuigen van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag nog niet uit te zetten naar hun land van herkomst.

Volgens Amnesty worden de mannen zondag al naar de Congolese hoofdstad Kinsasha gestuurd.

De mensenrechtenorganisaties denken dat de Congolezen geen eerlijk proces krijgen in eigen land als ze worden ''gedeporteerd''. Human Rights Watch (HRW) heeft een brief geschreven aan staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie) met die boodschap. Amnesty roept ook het ICC op actie te ondernemen.

HRW wijst op de verplichting die Nederland heeft om ervoor te zorgen dat mensen die worden uitgezet niet aan ernstige mensenrechtenschendingen worden onderworpen; waaronder de doodstraf.

Kabila

De mannen kwamen in 2011 naar Den Haag om in een proces te getuigen over de eventuele rol van de Congolese regering van president Joseph Kabila bij misdrijven en schendingen van mensenrechten in het noordoosten van Congo.

Ze zaten al in Congo vast, omdat ze ervan beschuldigd werden zelf nauw bij de gruwelen betrokken te zijn geweest. Ze zijn nu bang dat ze bij terugkeer de doodstraf krijgen. Ook vrezen ze voor hun veiligheid door de getuigenissen bij het ICC.

Hongerstaking

De Raad van State besloot vorige week dat de getuigen mogen worden uitgezet naar de Democratische Republiek Congo. De drie zaten al drie jaar vast in een cel van het strafhof in Scheveningen. Uit protest ging een van de getuigen, Floribert Ndjabu Ngabu, in april in hongerstaking, waarna hij in het ziekenhuis belandde. De getuigen werden op 4 juni vrijgelaten. Daarna werd het drietal gelijk in vreemdelingendetentie geplaatst.

Staatssecretaris Teeven heeft hun asielverzoeken afgewezen. Teeven wees er daarbij op dat hij is gebonden aan een verdrag. Ook stelt hij dat er afspraken zijn gemaakt over de terugkeer van de vreemdelingen.