Het kabinet is het nog niet eens over de vraag of er volgend jaar extra geld naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Dat heeft minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem woensdag gezegd tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Volgend jaar wordt het nationaal inkomen (bbp) in de hele Europese Unie op een andere manier berekend. Waarschijnlijk valt het hoger uit.

Diverse Kamerleden willen van Dijsselbloem weten wat dat betekent voor de uitgaven aan ontwikkelingshulp, waarvoor een VN-norm van 0,7 procent van het bbp geldt.

Dijsselbloem sprak van "hele reële vragen", die hij nog niet kan beantwoorden omdat pas in augustus duidelijk wordt wat er precies aan het bbp verandert.

"Dan is het aan de nationale politiek om te besluiten in welke mate het budget voor ontwikkelingssamenwerking moet worden verhoogd of gecompenseerd", aldus de minister.

Reservering

Het kabinet heeft wel alvast 600 miljoen euro gereserveerd voor de gevolgen van de bbp-aanpassing. Daarbij gaat het niet alleen om ontwikkelingssamenwerking, maar ook om de afdracht aan de EU.

De bijdrage die EU-landen betalen, is gekoppeld aan het bbp. Als het nieuwe bbp leidt tot een hogere EU-afdracht is daar weinig aan te doen, liet Dijsselbloem doorschemeren.

Dijsselbloem zei verder dat de reservering van 600 miljoen euro gebaseerd is op een "zeer ruime schatting". Er is een reële kans dat het geld niet helemaal opgaat aan de EU en ontwikkelingshulp. In dat geval kan het resterende bedrag ergens anders aan worden uitgegeven, zei Dijsselbloem.