Er komt geen 'superprovincie' van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Dat heeft minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) vrijdag bekendgemaakt na de ministerraad.

Donderdag was al duidelijk dat er geen akkoord kon worden bereikt met D66 en GroenLinks, partijen die nodig waren voor een meerderheid in de Eerste Kamer.

De betrokkenen stelden na het overleg met onder andere premier Mark Rutte dat de verschillen onoverbrugbaar waren.

Vrijdagochtend stelde Plasterk daarom al dat het nu weinig zin heeft om een voorstel te doen om alsnog tot een superprovincie te komen.

Het kabinet wilde de superprovincie als onderdeel van een breder streven om Nederland efficiënter te kunnen besturen. Dit is met name een wens van de VVD. Eerder bleek al dat de betrokken Commissarissen van de koning, met overigens twee VVD-bestuurders, tegenstander zijn van de superprovincie.

Achterblijven

Plasterk stelt dat met het mislukken van de superprovincie voor langere periode een kans verkeken is om het provinciebestuur te versterken.

"Mijn zorg is dat het provinciebestuur achter blijft, terwijl de steden steeds krachtiger worden en zich mondiaal profileren", aldus de minister. "Dit was de kans om dat ook voor de provincies te regelen."

Plasterk vindt het jammer dat hij er met de partijen niet is uitgekomen. Hij stelt dat VVD en PvdA hun nek hebben uitgestoken, maar hij wil geen oordeel geven over het besluit van D66 en GroenLinks.

Realiteit

Volgens premier Rutte hoort het bij de politieke realiteit dat plannen ook weleens mislukken. "Ondanks constructief overleg is het niet gelukt om tot een akkoord te komen. De inhoudelijke verschillen waren te groot", aldus de premier bij zijn wekelijkse persconferentie.

Rutte noemde de mislukking "geen nationale ramp, maar wel jammer".

Infrastructuur

Het idee om juist Noord-Holland, Utrecht en Flevoland samen te voegen, kwam voort uit de intensieve samenwerking die daar nu al plaatsvindt op het gebied van infrastructuur en economische samenwerking. Een samenvoeging zou dat makkelijker moeten maken.

De betrokken provincies vonden echter dat Plasterk niet voldoende heeft beargumenteerd dat de samenvoeging profijt oplevert.

Kosten

De drie provincies hebben de afgelopen jaren ongeveer een half miljoen euro uitgegeven voor de mogelijke fusie. Utrecht en Noord-Holland gaan het Rijk niet om een vergoeding vragen, Flevoland heeft daar nog geen besluit over genomen. Dat lieten de drie provincies vrijdag desgevraagd weten.

Flevoland heeft ''tussen twee en drie ton'' uitgegeven aan hulp van buiten. Utrecht gaf ongeveer 220.000 euro uit, Noord-Holland 82.000 euro.

Het is niet bekend hoeveel uren provincie-ambtenaren in de fusie hebben gestoken. ''Dat valt gewoon onder hun werk'', zeggen de provincies.

Opiniepeiling

Utrecht heeft onder meer geld uitgegeven aan een opiniepeiling onder inwoners en bedrijven. Dat was een verzoek van Provinciale Staten. De enquête kostte 25.000 euro. Uit de peiling bleek dat Utrechters liever zelfstandig bleven.

Noord-Holland heeft de Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur gevraagd om de fusieplannen nog eens tegen het licht te houden. De onderzoekers concludeerden dat het leek of de superprovincie "koste wat kost er moet komen''. Dat onderzoek kostte 62.400 euro. Daarnaast is er voor 19.600 euro een tweede onderzoek gedaan. Ook dat bleek erg kritisch.

De provincie Utrecht laat weten: ''Er bestaat geen wettelijke regeling dat het Rijk zulke kosten compenseert. Het wordt beschouwd als een onderdeel van reguliere werkzaamheden. Het Rijk gaat toch niet betalen, dus dienen wij geen verzoek in.'' Ook Noord-Holland neemt niet de moeite om een schadevergoeding te vragen.

Overzicht: Chronologie van de superprovincie | Achtergrond: Waarom de superprovincie sneuvelde