De tijd dat er in ontwikkelingslanden alleen maar waterputten worden geslagen in het kader van ontwikkelingshulp is voorbij.

Dat zegt minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen in een gesprek met NUzakelijk.

"Er is een nieuwe tijd aangebroken op het gebied van ontwikkelingshulp", zegt Ploumen.

Volgende week vertrekt de bewindsvrouw voor een handelsmissie naar Nigeria, Ghana en Senegal. Ze wordt daarbij vergezeld door zowel ondernemers als ngo's.

"Ik spreek in Nigeria met ministers over de economie en over de politieke situatie. Dat zijn namelijk geen gescheiden werelden."

Ploumen is met de portefeuille Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de eerste Nederlandse minister die verantwoordelijk is voor beide beleidsterreinen.

Voortouw

"Het is goed dat Nederland hierin het voortouw neemt. Het bedrijfsleven is zich bewust van zijn maatschappelijke taak en opereert al internationaal. We kunnen zo bijdragen aan de ontwikkeling in die landen en zorgen voor economische groei."

Oxfam Novib-directeur Farah Karimi is niet blij met de  ingezette koers. "Dit kabinet behartigt vooral het belang van Nederlandse bedrijven. De kern van het beleid is handel. Ontwikkelingssamenwerking komt er een beetje bij." Karimi noemt de verhoogde exportsubsidie "kortzichtig."

Of er ooit nog een minister voor alleen Ontwikkelingssamenwerking komt kan Ploumen niet zeggen. "Daar ga ik niet over, maar ik weet wel dat hulp en handel de toekomst hebben." Karimi hoopt dat die post er wel weer komt. "Maar ik ben wat dat betreft niet optimistisch."  

Ontwikkelingshulp niet meer weg te denken bij bedrijven