De PvdA wil een verbod op verkoop van producten die met behulp van kinderarbeid zijn gemaakt. De partij ziet dit als een "stok achter de deur" om ervoor te zorgen dat bedrijven hun leven beteren op dat gebied. 

Het initiatief wordt donderdag voorgelegd aan minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking door PvdA-Kamerlid Roelof van Laar.

Hij is ervan overtuigd dat Nederlanders geen producten kopen als ze weten dat kinderen die hebben gemaakt.

Of de producten door kinderen zijn gemaakt, is echter moeilijk te achterhalen. Van Laar wil daarom samenwerken met plaatselijke autoriteiten of belangenorganisaties.

Papierwinkel

Minister Ploumen laat weten blij te zijn met het initiatief. Een verbod gaat volgens haar echter nog te ver. "Dit zijn lijnen waar langs je kunt denken, maar eerst moeten we beoordelen of dit de effectiefste manier is. Dat het geen enorme papierwinkel oplevert."

"Internationaal moeten we naar medestanders zoeken. Als we zoiets in EU-verband regelen, zijn we 28 keer zo effectief", aldus Ploumen tegen de Volkskrant.

Als het gebruikmaken van kinderarbeid strafbaar wordt, komt de bewijslast bij het Openbaar Ministerie (OM) te liggen en daalt de druk voor bedrijven om voortdurend aan te tonen dat ze geen producten verkopen waar kinderarbeid aan te pas is gekomen.

Veroordeeld

Bedrijven zullen, om het risico van vervolging te verkleinen, wel zorgvuldiger kijken naar de herkomst van hun producten, verwacht de PvdA.

Als buitenlandse bedrijven veroordeeld worden voor kinderarbeid, kan het OM makkelijk nagaan of producten van die bedrijven in Nederland worden verkocht. ''Op die manier kunnen overtreders met relatief weinig middelen worden veroordeeld, wat voorkomt dat het verbod louter symbolisch zal zijn'', aldus Van Laar in zijn initiatiefnota.

Naar schatting zijn in de wereld rond de 170 miljoen kinderen slachtoffer van kinderarbeid. Ze gaan niet naar school, maar werken in fabrieken, in mijnen, in de huishouding of op het land.