Het toezicht van de overheid op woningcorporaties is de afgelopen twintig jaar ''afwachtend en onvolledig'' geweest. 

De Algemene Rekenkamer concludeert dat dinsdag in een rapport.

Volgens de Rekenkamer vertrouwden de verantwoordelijken in het kabinet te veel op zelfregulering en op het interne toezicht door de raden van commissarissen van de corporaties.

De bewindspersonen hadden geen goed zicht op de (commerciële) nevenactiviteiten van corporaties, die hun plicht om nevenactiviteiten vooraf aan de minister te melden, slecht naleefden.

Activiteiten

Woningcorporaties bezondigden zich tussen 2007 en 2012 uitgebreid aan activiteiten die niks te maken hadden met woningen verhuren aan mensen met een smalle beurs.

De nevenactiviteiten behelsden onder meer de aanschaf van risicovolle beleggingsproducten als derivaten (Vestia) en de aankoop van het schip de Rotterdam, dat corporatie Woonbron wilde uitbaten als hotel, restaurant en conferentiezaal. De corporaties leden grote verliezen op dergelijke nevenactiviteiten.

 De Rekenkamer adviseert het kabinet om het toezicht op de corporatiesector te intensiveren en te professionaliseren. Kerntaken moeten goed worden afgebakend en er moet beter inzicht komen op de nevenactiviteiten van corporaties.

Duidelijker

Minister Stef Blok voor Wonen en Rijksdienst kondigt in een reactie aan dat hij duidelijker gaat omschrijven welke activiteiten woningcorporaties mogen ontwikkelen en aan welke andere (nieuwe) activiteiten ze alleen onder strikte voorwaarde mogen beginnen.
 
Het onderzoek van de Rekenkamer is mede bedoeld ter ondersteuning van de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties. Die gaat vanaf woensdag gedurende zes weken in het openbaar en onder ede getuigen en deskundigen horen.