Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) wordt opnieuw hervormd. De opleiding moet innovatiever, kleinschaliger en regionaler worden.

Dat schrijft minister Jet Bussemaker van Onderwijs maandag aan de Tweede Kamer.

Speerpunten van de hervormingen zijn om studenten meer uit te dagen en hen beter voor te bereiden op wat de regionale arbeidsmarkt vraagt. Ook wordt er extra geld beschikbaar gesteld om de samenwerking met bedrijven in de nabije omgeving te vergroten. 

Het mbo moet een scherper onderscheid maken tussen vak- en beroepsonderwijs. Zo zullen meer jongeren kiezen voor vakmanschap. Door het negatieve imago van het mbo kiezen leerlingen er nu vaak voor om via havo 4 of 5 naar het hbo te gaan.

"Te veel goede vakmensen gaan hierdoor voor de arbeidsmarkt verloren, omdat praktisch ingestelde jongeren het beroepsonderwijs links laten liggen", aldus Bussemaker. 

De minister spreekt van talentverspilling. "Dat maakt onze economie onnodig kwetsbaar. Het leren van een vak is iets om trots op te zijn. Dat moet aantrekkelijker en zichtbaarder worden."

Benaming

Bussemaker wil dit voorkomen door de mbo-instellingen meer te differentiëren. De niveaus, die nu niveau 1 tot en met 4 worden genoemd, krijgen een andere naam. Zo wordt niveau 1 vanaf volgend jaar 'entreeopleiding' genoemd.

Een voorstel van de minister voor de nieuwe benaming van niveau 2 en 3 is 'middelbaar vakonderwijs'. Niveau 4 blijft 'middelbaar beroepsonderwijs' heten.

De afgelopen jaren werkt het mbo aan het actieplan 'Focus op Vakmanschap', waarbij de meeste opleidingen korter en intensiever worden gemaakt om studenten meer uit te dagen.

De MBO Raad is positief over het voorstel. Wel moet er volgens voorzitter Jan van Zijl worden nagedacht over de nieuwe ''merkbeleving'', omdat je het maar één keer kunt doorvoeren.

MBO Raad

De MBO Raad reageert positief op de plannen om het middelbaar beroepsonderwijs naar een hoger niveau te tillen. Voorzitter Jan van Zijl ziet in de plannen een aanvulling op de verbeteringsslag die de opleidingen momenteel zelf invoeren. Hij hoopt echter wel dat scholen genoeg tijd krijgen. 

De belangenorganisatie is vooral te spreken over de plannen om de samenwerking tussen scholen te verbeteren en het onderwijs kleinschaliger te organiseren. Ook verwacht de raad veel van de inzet op excellentie van studenten en verbetering van de examinering. "Stuk voor stuk onderwerpen die ook hoog op onze agenda staan", aldus Van Zijl. 

Zo kan samenwerking op het vlak van dure techniekopleiding een uitkomst bieden, stelt de voorzitter in een verklaring. Hij vindt wel dat scholen de ruimte moeten krijgen om te kiezen, er mag in zijn ogen geen sprake zijn van verplichte samenwerking. "De brief van de minister is op dit laatste punt nog onvoldoende duidelijk."