Nederlandse scholieren zullen door het leenstelsel eerder kiezen voor een studie in het buitenland, of zelfs afzien van een studie. Dat verwacht de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb).

De LSVb krijgt de laatste dagen heel veel vragen en reacties van scholieren en studenten die zich zorgen maken over de invoering van het leenstelsel, waarvoor woensdag een akkoord werd gesloten met VVD, PvdA, D66 en GroenLinks.

"Het is heel simpel: iedereen gaat er op achteruit", zegt voorzitter Jorien Janssen vrijdag in een interview met NU.nl. "Het is nu bijna aantrekkelijker om in het buitenland te gaan studeren."

Daarmee reageert Janssen op minister Jet Bussemaker (Onderwijs) die in een interview met NU.nl zei dat alle studenten "er op vooruit gaan" door het akkoord. Per 1 september 2015 wordt de basisbeurs voor studenten vervangen door een lening. De OV-studentenkaart wordt wel behouden.

Meer verdienen

Bussemaker noemt het huidige systeem "niet eerlijk", omdat "lage inkomens via de belastingen de opleiding betalen van degene die na een studie anderhalf tot twee keer meer gaat verdienen".

Volgens Janssen is het helemaal niet zeker dat alle hoogopgeleiden veel gaan verdienen, en verschilt dat bovendien erg per sector.

"Ik ben ook bang dat veel aankomende studenten hun studiekeuze zullen bepalen op basis van het salaris dat ze ermee kunnen verdienen, in plaats van op maatschappelijke relevantie. Terwijl in bijvoorbeeld het onderwijs en de zorg ook echt veel mensen nodig zijn."

Onderhandelen

Aan het akkoord gingen langdurige onderhandelingen vooraf. Bij een Kamerdebat in december bleek dat er niet genoeg draagvlak was voor de plannen van Bussemaker, waarop ze die uitstelde en ging onderhandelen met oppositiepartijen.

Janssen is verbaasd dat de partijen nu wel instemden. "GroenLinks wilde eerder nog alleen instemmen als het collegegeld omlaag ging en als de studenten met een aanvullende beurs gespaard zouden blijven. Dat is nu beide niet het geval."

Wel hebben D66 en GroenLinks bedongen dat geld wordt ingezet om ouders met een lager inkomen te compenseren.

Studenten met ouders die niet (genoeg) kunnen bijdragen, krijgen er volgens de plannen ruim 100 euro bij, maar moeten net als de rest de basisbeurs inleveren. "De helft van wat ze nu hebben, valt ongeveer weg," aldus Janssen.

"Het gaat vaak om de eerste generatie studenten uit een familie, daarvoor is studeren vaak best een grote stap. De kans is groot dat scholieren die wel genoeg niveau hebben om te gaan studeren toch afhaken."

Studieschuld

Een van de grootste bezwaren van tegenstanders op de plannen, is dat de gemiddelde studieschuld (nu 15.000 euro) veel hoger zal worden. Bussemaker wijst op een schatting van het Centraal Planbureau, dat verwacht dat de gemiddelde studieschuld straks 21.000 euro zal zijn.

Maar de LSVb spreekt van een verdubbeling. "Als je vier jaar lang elke maand het bedrag van de basisbeurs (nu 280 euro) leent, kom je op ruim 13.000 euro die er nog bijkomt," legt Janssen uit.

Studenten krijgen straks wel veel langer de tijd om hun schuld af te lossen. De termijn daarvoor is nu 15 jaar, dat wordt 35 jaar. De afbetaling start net als nu pas twee jaar na afstuderen.

"Als je niet sneller kan aflossen, ben je misschien tot aan je pensioen aan het afbetalen. En de rente loopt door, waardoor het totale bedrag steeds groter wordt. Mensen met een laag inkomen betalen hierdoor uiteindelijk het meest."

Janssen voegt toe dat "een schuld ook nog eens gevolgen kan hebben bij het afsluiten van een hypotheek of lening voor een eigen bedrijf".

Investeren

Bussemaker wil het geld dat het leenstelsel oplevert, gebruiken om te investeren in de kwaliteit van het onderwijs. Daar zijn de bonden natuurlijk niet tegen, maar de LSVb ziet het als "een omgekeerde redenatie".

Janssen: "Dit komt voort uit een bezuinigingsvisie, niet een onderwijsvisie."

"De overheid heeft de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs. Het is onterecht dat geld daarvoor wordt weggehaald bij de studenten."

De studiekosten zijn volgens haar in Nederland al vrij hoog in vergelijking met andere landen. In Duitsland, Zweden en Oostenrijk hoeft bijvoorbeeld helemaal geen collegegeld te worden betaald, en in België is dat met ongeveer 600 euro veel lager dan in Nederland.

"Er gaan nu al veel mensen naar België, en dat zullen er straks waarschijnlijk meer worden."

De LSVb is daarnaast bang dat de doorstroom van studenten minder zal worden, zoals mbo'ers die niet verder gaan studeren. "Dat is zonde, weggegooid talent."