Het schrappen van de basisbeurs zal er voor zorgen dat het hoger onderwijs straks voor minder jongeren beschikbaar wordt.

Dat zegt een groot deel van de oppositie naar aanleiding van het akkoord over het leenstelsel dat VVD, PvdA, D66 en GroenLinks woensdag hebben gesloten met minister Jet Bussemaker (Onderwijs).

Met het leenstelsel verdwijnt per 1 september 2015 de basisbeurs voor studenten. Nieuwe studenten zullen hun studiefinanciering moeten gaan lenen.

SP-Kamerlid Jasper van Dijk spreekt van "een zwarte dag voor studenten". "Voortaan geldt: wie rijk is mag slim zijn. Ongelooflijk dat PvdA, GroenLinks en "onderwijspartij" D66 studenten met torenhoge schulden opzadelen", aldus Van Dijk.

"Talloze jongeren zullen afzien van een studie, de kenniseconomie krijgt een forse dreun."

Schuldenlast

CDA-Kamerlid Michel Rog vult aan: "Alle onderzoeken bewijzen dat door de extra schuldenlast studenten minder snel zullen gaan studeren", aldus de CDA'er.

"Studenten verlaten de school of universiteit met een enorme financiële schuld en vervolgens moeten ze dertig jaar lang 4 procent van het inkomen aan de overheid terug betalen. Dit is niets minder dan een studiebelasting, die vooral de middeninkomens weer keihard treft."

Ook de ChristenUnie vreest dat het hoger onderwijs voor een beperkte "elitaire" groep toegankelijk zal zijn.

"Onbegrijpelijk dat D66 en GroenLinks steun geven aan een leenstelsel, waarbij jonge mensen vanaf dag 1 van hun studententijd een forse schuld opbouwen. De overheid neemt een hypotheek op de toekomst van jongeren", aldus ChristenUnie-Kamerlid Carola Schouten.

Bekijk Schouten's reactie:

GroenLinks

Fractievoorzitter van GroenLinks Bram van Ojik noemt het akkoord verdedigbaar, ook al is de jongerenorganisatie van de partij (DWARS) tegen. "We respecteren dat zij een andere afweging maken. Het leenstelsel is eerlijk en maakt geld vrij voor investeringen in het onderwijs."

Volgens Van Ojik zijn afgestudeerden straks gemiddeld ongeveer 1 procent van hun inkomen kwijt aan aflossen. "Dat is prima te verdedigen."

PVV-stemmer

Volgens Harm Beertema (PVV) staat juist voor de kinderen van de PVV-stemmer de toegankelijkheid van het hoger onderwijs onder druk dankzij het leenstelsel, omdat juist daar een "aversie" bestaat tegen het aangaan van langdurige schulden.

"De kerntaak van emancipatie komt onder druk te staan, want het wordt het een stuk moeilijker om van een dubbeltje een kwartje te worden", aldus Beertema.

VVD

Pieter Duisenberg, Tweede Kamerlid voor de VVD, is naar eigen zeggen "erg blij met deze voor de VVD langgekoesterde onderwijshervorming".

Duisenberg: "Onderwijsgeld gaat niet langer naar levensonderhoud van studenten, maar naar onderwijs. Met de invoering van het studievoorschot komt er een bedrag vrij dat oploopt tot maximaal 1 miljard euro in 2026 om jaarlijks extra te investeren in hoger onderwijs."

Duisenberg denkt dat het hoger onderwijs op deze manier een "enorme kwaliteitsimpuls" gegeven kan worden door te investeren in betere leraren, kleinere groepen en technische faciliteiten. "Studenten worden geprikkeld om bewuster voor een studie te kiezen. Scholen zullen dan ook beter inzicht moeten geven in kansen op de arbeidsmarkt, slagingspercentages en kwaliteit van de studie.''

PvdA

PvdA-Kamerlid Mohammed Mohandis: ''De PvdA is blij dat met het akkoord over het studievoorschot er tot maximaal 1 miljard euro wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van onderwijs. Daarnaast zijn er scherpe afspraken gemaakt waardoor het onderwijs toegankelijk blijft voor iedere student."

"Het omzetten van de basisbeurs in een sociaal leenstelsel maakt investeringen mogelijk in bijvoorbeeld kleinere klassen, meer contacturen en betere docenten. Kortom, het studievoorschot borgt de toegankelijkheid en bevordert de kwaliteit van het onderwijs.''

Woedend

De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) laat weten "woedend" te zijn over de plannen voor het leenstelsel.

"Momenteel hebben studenten bij hun afstuderen een gemiddelde schuld van 15.000 euro. Met dit voorstel moet de student hier nog eens 15.000 bij optellen. Minister Bussemaker zet hiermee de verdubbelaar in 
op de schulden van de student", aldus voorzitter Jorien Janssen.

Studentenbelangenbehartiger ISO ziet wel verbeteringen in het voorstel, maar blijft ook tegen. "Wij zijn niet blij met de nieuwe terugbetaaltermijn van 35 jaar. Op deze manier blijft de (psychologische) last van een schuld voor een te lange tijd op de schouders van de afgestudeerde student liggen", aldus voorzitter Ruud Nauts.

"De afgestudeerde krijgt na zijn afstuderen met steeds grotere uitgaven te maken. Daarnaast wordt het voor afgestudeerden lastiger om bijvoorbeeld een hypotheek af te sluiten wanneer zij een huis willen kopen."

Compensatie

In het voorstel is wel opgenomen dat ouders met lagere inkomens worden gecompenseerd via de aanvullende beurs. 

Ook kunnen de schulden straks over een langere periode, 35 jaar, worden afgelost en is de aflossing gemaximeerd op 4 procent van het inkomen.