Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) heeft woensdagmiddag met VVD, PvdA, en oppositiepartijen D66 en GroenLinks overeenstemming bereikt over de invoering van een leenstelsel voor studenten.

Het nieuwe leenstelsel moet 1 miljard euro gaan opleveren. 

Met het leenstelsel verdwijnt per 1 september 2015 de basisbeurs voor studenten. Nieuwe studenten zullen hun studiefinanciering moeten gaan lenen.

De OV-studentenkaart blijft in het akkoord overeind. In het regeerakkoord was nog het voornemen om deze om te zetten in een kortingskaart. Daarnaast is er voor gezorgd dat ook (minderjarige) MBO-studenten recht krijgen op een OV-studentenkaart. 

Wel willen de partijen er via een 'beter-benutten-strategie' voor gaan zorgen dat niet alle studenten tegelijkertijd met het openbaar vervoer reizen. Dit moet later concreet worden ingevuld. 

Minder geld

Door de politieke overeenkomst met de twee oppositiepartijen, die nodig was voor een meerderheid in de Eerste Kamer, is er wel minder geld beschikbaar voor investeringen in de kwaliteit van het onderwijs.

Dit komt doordat D66 en GroenLinks hebben bedongen dat geld wordt ingezet om ouders met een lager inkomen te compenseren. Zo wordt de aanvullende beurs voor ouders met lage inkomens verhoogd en de beurs voor studenten met weigerachtige of onvindbare ouders behouden. 

Aflossing

In het akkoord is ook afgesproken dat studenten veel langer dan nu de tijd krijgen om hun schuld af te lossen. Nu ligt die termijn op vijftien jaar, dit gaat naar 35 jaar.

Ook wordt de maandelijkse aflossing gemaximeerd op 4 procent van het inkomen. In het huidige systeem wordt maximaal 12 procent afgelost.

Verder hoeven studenten pas te gaan aflossen als ze een baan hebben op minimumloonniveau. In het oorspronkelijke voorstel moest dit al vanaf bijstandsniveau.

Begroting

Studenten en docenten krijgen daarnaast de mogelijkheid om de begroting van de onderwijsinstelling af te keuren. Dit moet de hogescholen en universiteiten prikkelen om meer vanuit hun belang te handelen.

Daarnaast stellen de universiteiten en hogescholen gezamenlijk 200 miljoen beschikbaar voor een impuls in de kwaliteit van het onderwijs voor de periode 2015-2017.

Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de kritiek dat studenten vanaf 1 september 2015 wel hun basisbeurs verliezen, maar nog niks merken van de investeringen in de kwaliteit van het onderwijs.

D66-Kamerlid Paul van Meenen reageert verheugd op het akkoord. "Deze afspraken zorgen voor meer geld voor beter onderwijs, meer inspraak voor studenten en een betere OV-kaart. Studenten zullen het verschil echt merken".

Begeleiding

Bussemaker stelt dat het extra geld dat door het akkoord binnenkomt onder meer geïnvesteerd zal worden in "intensievere begeleiding en meer contacturen". 

Ook kan het geld besteed worden aan versterking van de opleidingscommissies, meer excellentietrajecten en betere internationale studiekansen.

Bekijk Bussemaker's verklaring:

Lees reacties van politici