Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) en VVD, PvdA, D66 en GroenLinks zijn "op een haar na klaar" met het akkoord over de invoering van een leenstelsel voor studenten.

Dat zei PvdA-leider Diederik Samsom woensdagochtend na afloop van nieuw overleg tussen de minister en de partijen op het ministerie van Onderwijs. "Ik heb er vertrouwen in dat we eruit komen", aldus de fractievoorzitter.

Ook D66-leider Alexander Pechtold toonde zich positief en sprak woorden van gelijke strekking.

Fractievoorzitter van GroenLinks Bram van Ojik liet weten: "We zijn een heel eind gekomen. Maar er kan altijd nog iets misgaan."

Het overleg tussen de partijen gaat woensdagmiddag verder. Daarna zal het akkoord vermoedelijk in de Tweede Kamer worden gepresenteerd.

Bussemaker was woensdagochtend kort voor het begin van de nieuwe gesprekken al optimistisch over de uitkomst, maar benadrukte dat er nog wel puntjes op de i moeten worden gezet.

Bekijk de beelden:

OV-kaart

Met het leenstelsel verdwijnt per 1 september 2015 de basisbeurs voor studenten. Nieuwe studenten zullen hun studiefinanciering moeten gaan lenen.

De OV-studentenkaart blijft in het akkoord vrijwel zeker overeind. In het regeerakkoord was nog het voornemen om deze om te zetten in een kortingskaart.

Daarnaast is er voor gezorgd dat ook (minderjarige) MBO-studenten recht krijgen op een OV-studentenkaart. Dit was al langer een wens van de PvdA.

Overeenkomst

Door de politieke overeenkomst met de twee oppositiepartijen, die nodig was voor een meerderheid in de Eerste Kamer, is er wel minder geld beschikbaar voor investeringen in de kwaliteit van het onderwijs.

Dit komt doordat D66 en GroenLinks hebben bedongen dat geld wordt ingezet om lage inkomens te compenseren. 

Zo wordt de aanvullende beurs voor lage inkomens verhoogd en de beurs voor studenten met weigerachtige of onvindbare ouders behouden. 

Bovendien is in het akkoord afgesproken dat studenten veel langer dan nu de tijd krijgen om hun schuld af te lossen. Nu ligt die termijn op vijftien jaar, dit gaat naar dertig tot veertig jaar.

Ook wordt de maandelijkse aflossing gemaximeerd op 4 procent van het inkomen. In het huidige systeem wordt maximaal 12 procent afgelost.

Minimumloonniveau

Verder hoeven studenten pas te gaan aflossen als ze een baan hebben op minimumloonniveau. In het oorspronkelijke voorstel moest dit al vanaf bijstandsniveau.

Studenten en docenten krijgen daarnaast naar verluidt de mogelijkheid om de begroting van de onderwijsinstelling af te keuren. Dit moet de hogescholen en universiteiten prikkelen om meer vanuit hun belang te handelen.

Bronnen melden daarnaast dat de koepel van universiteiten (VSNU) 200 miljoen beschikbaar stelt voor een impuls in de kwaliteit van het onderwijs voor de periode 2015-2017.

Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de kritiek dat studenten vanaf 1 september 2015 wel hun basisbeurs verliezen, maar nog niks merken van de investeringen in de kwaliteit van het onderwijs.