Het kabinet houdt de accijnsverhoging op brandstof in stand. Dat heeft staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) woensdag bekendgemaakt.

De verhoging van de accijnzen op lpg en diesel, die begin dit jaar werd ingevoerd, zorgde voor veel ophef. Met name pomphouders in de grensstreek zagen klanten de grens over trekken richting buurlanden.

Wiebes wilde echter de effecten over een periode van een aantal maanden analyseren, alvorens eventuele maatregelen te nemen.

Volgens de staatssecretaris zijn er momenteel geen opties in de "fiscale etalage" om de pijn voor de pomphouders te verzachten, zo zei hij in een toelichting.

Pomphouders zijn er volgens hem wel bij gebaat als de overheidsfinanciën op orde komen en de economie aantrekt.

Opbrengst

Wiebes stelt dat uit CBS-cijfers, de inkomsten van het ministerie van Financiën en cijfers van regionale oliemaatschappijen blijkt dat de accijnsverhoging heeft geleid tot een hogere accijnsopbrengst.

De accijnsopbrengst op lpg en diesel brengt wel minder op dan verwacht. Van de ongeveer 70 miljoen die in het eerste kwartaal van 2014 werd verwacht is 51 miljoen opgehaald.

Volgens Wiebes is het grenseffect, waarbij automobilisten de grens over trekken voor goedkopere brandstof, "beperkt". Hij erkent wel dat de daling van de lpg-inkomsten in de grensstreek voor de helft te verklaren is door de accijnsverhoging, maar dit is maar een beperkt deel van de markt.

Terugloop

In het hele land is het beeld dat het brandstofverbruik terugloopt. Daarbij is de daling in de grensstreek wel meer dan gemiddeld.

Volgens Wiebes was de algehele terugloop al een dalende trend door de economische teruggang en zuinigere auto's.

In een reactie laat Wiebes weten te snappen dat de uitkomst van de evaluatie voor pomphouders in de grensstreek "teleurstellend" is.

"De pomphouders zijn echt niet gek", aldus de staatssecretaris. "Alleen de terugloop is niet te verklaren door de accijnsverhogingen."

Bekijk de beelden:

Reacties brancheorganisaties op dit nieuws