''We zouden het niet zo weer doen", zegt minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) donderdag tijdens een debat in de Tweede Kamer over de eindevaluatie van de politietrainingsmissie in het Noord-Afghaanse Kunduz.

De missie in 2010 kwam moeizaam tot stand. Om een meerderheid te krijgen in de Kamer moest het toenmalige kabinet akkoord gaan met een reeks voorbehouden (zogeheten caveats). Zoiets als met die caveats wil het kabinet dus niet meer, aldus de bewindsman.

Hij zegt verder dat het maar de vraag is of de Nederlandse inzet in Kunduz duurzaam is. De missie duurde van medio 2011 tot vorig najaar. De situatie is ''heel broos'' en ''het kan nog de verkeerde kant opgaan''. Het proces is nog lang niet afgerond en het gaat volgens de minister nog ''ontzettend lang duren''.

Maar het land in de steek laten is volgens hem geen optie. ''We moeten op dit pad verder gaan'' voor onze eigen veiligheid. Het kabinet beslist pas later over een mogelijke bijdrage aan een nieuwe missie. De NAVO wil na dit jaar 8.000 tot 12.000 man in het land houden voor training en advies.

Timmermans wilde geen concreet antwoord geven op de vraag van GroenLinks-leider Bram van Ojik of het goed is dat de missie heeft plaatsgevonden of dat met de kennis van nu het beter niet kunnen gebeuren. Het heeft ''positief meetbare resultaten'' opgeleverd, zei Timmermans. ''Ik kan niet zeggen of een ander besluit beter had uitgepakt.''