Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een vergunning voor twee Utrechtse wietclubs afgewezen. Dat maakte een woordvoerder van de gemeente Utrecht donderdagmorgen bekend.

De opzet van de clubs dient namelijk geen wetenschappelijk of geneeskundig doel. Ze maken ook geen deel uit van geneesmiddelenonderzoek, aldus het ministerie.

Utrecht vroeg toestemming voor de clubs bij Volksgezondheid in plaats van bij Justitie, omdat gecontroleerde cannabisverstrekking volgens de gemeente beter is voor de gezondheid van gebruikers. De gemeente hoopte zo het onwrikbare standpunt van minister Ivo Opstelten van Justitie over gecontroleerde wietteelt te omzeilen. Onlangs hebben 54 gemeenten, waaronder Utrecht, Opstelten toestemming gevraagd voor experimenten met wietteelt.

Verantwoordelijk wethouder Victor Everhardt noemde de afwijzing ''een tegenslag''. ''Maar we gooien het bijltje er niet bij neer. We blijven pleiten voor een ander cannabisbeleid in ons land."

Optimistisch

De wethouder was donderdagmiddag na een hoorzitting in de Tweede Kamer optimistisch gestemd over de Utrechtse wietclubs, zei hij. Volgens Everhardt is uit een onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen dat daar werd besproken, gebleken dat er geen juridische belemmeringen zijn om de zogenoemde social cannabis clubs, inclusief eigen teelt van wiet, net als coffeeshops te gedogen.

''De minister kan twee dingen doen. Of het huidige coffeeshopbeleid stopzetten of ermee doorgaan en dan ook de clubs gedogen", aldus de wethouder, die het rapport een ''prettige verrassing'' noemde.

Utrecht wacht af hoe de Tweede Kamer en de minister reageren en gaat kijken welke stappen er met de wietclubs genomen kunnen worden.