Het handelen van de Nederlandse veiligheidsdiensten zou niet achteraf, maar vooraf moeten worden getoetst. Het hierop volgende oordeel zou een bindend karakter moeten krijgen.

Daarvoor heeft Harm Brouwer, voorzitter van de commissie die het toezicht op de diensten uitoefent, dinsdag gepleit in de Eerste Kamer.

Door de huidige toetsing achteraf staat het toezicht volgens hem op een 'hellend vlak'. "Daarbij moet bedacht worden dat het rechterlijk toezicht in het algemeen marginaal is."

De veiligheidsdienst AIVD en zijn militaire evenknie MIVD worden achteraf gecontroleerd. Vooral het niet-bindende karakter van de conclusies van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) vindt Brouwer daarbij een beperking.

Hij wees erop dat burgers doorgaans niet op de hoogte zijn van het handelen van deze diensten. Daardoor kunnen ze lastig aantonen dat een dienst fout zit.

Voorbeelden

Brouwer noemde ook voorbeelden van hoe het anders kan. "België kent toetsing vooraf van de zwaarste bijzondere bevoegdheden, zoals telefoon- en internettaps." Als wordt geconcludeerd dat een tap niet mag, wordt die volgens Brouwer niet geplaatst.

De CTIVD-voorzitter vindt dat het Nederlandse parlement aan zet is om het toezicht te verbeteren.

De Eerste Kamer spreekt dinsdag met deskundigen over spionage en het vergaren van zogeheten metadata naar aanleidingen van onthullingen van klokkenluider Edward Snowden. Die onthulde vorig jaar onder meer dat de Amerikaanse geheime dienst NSA op grote schaal telefoon- en dataverbindingen aftapt.