Een aantal organisaties, waaronder het Landelijk Beraad Marokkanen, heeft vrijdag bij het Openbaar Ministerie in Den Haag een aanvullende aangifte gedaan tegen PVV-leider Geert Wilders. 

De organisaties hebben daarin uiteengezet dat zij vinden dat Wilders een gewoonte maakt van groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie en haat.

Het gewoonte-element was nog niet vervat in de oorspronkelijk aangifte. ''Het geldt als een strafverzwarende omstandigheid'', zei advocate Tamara Buruma.

Na uitlatingen van Wilders over Marokkanen op een verkiezingsbijeenkomst op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart, volgden duizenden aangiften en meldingen van discriminatie.

Tijdens die bijeenkomst vroeg Wilders zijn gehoor of het meer of minder Marokkanen wilde. Daarop werd luidkeels ''minder, minder, minder'' gescandeerd.

Aanloop

Buruma wijst erop dat Wilders een aanloop heeft genomen naar die taferelen. ''Eerder die week heeft hij ook uitspraken gedaan die wat ons betreft niet kunnen. Die betrekken wij erbij, want ook daar tekent zich de gewoonte af.''

Een maand geleden stond de teller van het aantal aangiften op ruim 5000. Volgens een woordvoerster van het OM is dat getal nog steeds van kracht, want daarna heeft er geen nieuwe telling meer plaatsgevonden.

Het OM is nog steeds doende de aangiften te bestuderen en heeft nog geen beslissing genomen over een eventuele strafvervolging van Wilders.