Een klein aantal Nederlandse jihadstrijders in Syrië ontvangt wel degelijk studiefinanciering. 

Dat zei minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten donderdag tijdens een debat in de Tweede Kamer over terrorisme.

"Het gaat om een klein aantal, geen tientallen", verklaarde Opstelten. "Waar mogelijk wordt de studiefinanciering stopgezet, als we weten om wie het gaat. De lijn is: studiefinanciering wordt stopgezet. En studiefinanciering die is verkregen wordt teruggevorderd."

Minister van Onderwijs Jet Bussemaker sprak vrijdag nog tegen dat een aantal Nederlandse jihadstrijders in Syrië studiefinanciering ontvangt. 

Na afloop van het debat gaf Opstelten daar een verklaring voor. "Het is zo dat we nu weer een paar dagen verder zijn. Er zijn dus wel gevallen, dat heb ik ook gezegd." De minister liet ook weten dat de jihadstrijders die studiefinanciering ontvangen op dit moment vechten in Syrië. 

Substantieel

Opstelten liet de Kamer verder weten dat het dreigingsniveau nog altijd 'substantieel' is. "We kunnen stellen dat het niet minder is geworden, het blijft substantieel." Een jaar geleiden werd het dreigingsniveau verhoogd vanwege het toegenomen aantal jihadstrijders naar het buitenland. "Het aantal jihadreizigers neemt niet af, maar neemt toe", zei Opstelten daarover. 

Ook de dreiging die uitgaat van Nederlandse jihadstrijders die terugkeren uit landen als Syrië blijft volgens de minister een groot probleem.

Afgelopen week werd een aantal steden in verschillende media zelfs aangeduid als jihadstad. Amsterdam, Den Haag en Almere werden onder meer genoemd. Ook Delft en Zeist zouden te maken hebben met teruggekeerde jihadstrijders.

Opstelten verklaarde dat "een aantal van de genoemde" steden niet klopt. "Minder dan tien gemeenten schenken aandacht aan de terugkeer van teruggereisde jihadstrijders. In deze gemeenten is daar aanleiding voor", zei Opstelten.

Gezondheidszorg

Ook stelde Opstelten dat Nederlandse jihadstrijders die in Syrië gewond raken kunnen bij terugkeer in Nederland geen aanspraak maken op Nederlandse gezondheidszorg.

Volgens de minister probeert Nederland echter zo veel mogelijk te voorkomen dat jongeren überhaupt naar Syrië reizen. "En als men reist en men keert terug dan houden we ze heel goed in de gaten met alle betrokken diensten."