Minister Ivo Opstelten (Justitie) kan niet achterhalen hoeveel er in 2000 feitelijk aan Cees H. is overgemaakt. Dat zegt hij dinsdag in de beantwoording van Kamervragen.

Hij blijft wel bij het verhaal dat er op basis van adviezen en afspraken niet 5 miljoen gulden, maar 1,25 miljoen gulden aan drugscrimineel Cees H. is overgemaakt.

Eerder beweerde de huidige advocaat van H., Jan-Hein Kuijpers, in Nieuwsuur dat er 5 miljoen is overgemaakt. Vorige week bevestigde de toenmalige advocaat van H., Piet Doedens, dit bedrag. Opstelten schrijft deze uitlatingen niet te kunnen plaatsen.

De minister kan echter niet achterhalen hoeveel er feitelijk naar H. is overgemaakt gezien de bewaartermijn van zeven jaar voor banken. Opstelten gaat nog kijken of in de financiële administratie en de ICT gegevens zijn te vinden over deze transactie.

Diverse Kamerleden nemen geen genoegen met deze uitleg en willen een nader debat over de zaak. CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg deed dinsdag een oproep aan Doedens om het bewijs van de transactie openbaar te maken.

Tijdens het debat over de zaak vorige maand deelde Opstelten als "feit" mee dat "een kleine 50 procent" van het in beslagen genomen bedrag is binnengehaald. 

En hoewel de minister stelde dat er 1,25 miljoen naar H. is overgemaakt, voegde hij daaraan toe: "Dan ziet men ook de inzet. Het is ook ingewikkeld, moet ik zeggen."

Ophef

Onlangs ontstond ophef rond een deal die in 2000 was gesloten door toenmalig officier van justitie Fred Teeven (thans staatssecretaris van Justitie) en Cees H.

Via onthullingen van Nieuwsuur bleek dat van het door justitie vastgehouden vermogen van 5 á 6 miljoen gulden een schikkingsbedrag van 750.000 gulden is ingehouden. De rest kreeg H. terug met de afspraak dat beide partijen niet met de Belastingdienst over de deal zouden praten.

Volgens sommige experts en politici is daarmee feitelijk sprake van witwassen.

Berekening

Opstelten zet in zijn brief dinsdag uiteen hoe het Openbaar Ministerie (OM) tot het bedrag van 2 miljoen is gekomen. Aanvankelijk ging het om een vorderingsbedrag van 500 miljoen gulden als grove schatting. Dit bedrag daalde geleidelijk gedurende de procedure.

Op basis van een advies van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) bleek vervolgens dat het in beslag genomen vermogen van 5 miljoen gulden nog slechts een waarde had van circa 2 miljoen gulden.

Dit kwam doordat een pand in België was verkocht door een andere beslaglegger. Het overige vermogen bestond uit een banksaldo in Luxemburg, contant geld en sieraden.

Opstelten schrijft de Kamer bij wijze van uitzondering vertrouwelijk inzage te willen geven in dit advies.

Achtergrond: witwaszaak Teeven-Cees H.