Op elf plekken in Nederland komt een groot windmolenpark op land.

Het kabinet heeft deze gebieden, die de provincies vorig jaar zelf hadden aangedragen, nu definitief vastgesteld. Verder bepalen de provincies nog locaties waar kleinere windmolenparken komen.

Dat schrijven de ministers Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) en Henk Kamp (Economische Zaken) in hun Structuurvisie Windenergie op Land, die ze maandag naar de Tweede Kamer stuurden.

De windturbines moeten in 2020 gezamenlijk 6.000 megawatt realiseren. Ze komen in de gebieden Eemshaven, Delfzijl, N33 (Veendam/Menterwolde), Drentse Veenkoloniën, Wieringermeer, IJsselmeer Noord, Flevoland, Noordoostpolderdijk, Rotterdamse Haven, Goeree-Overflakkee en Krammersluizen.

Fossiele brandstoffen

Het kabinet streeft naar meer duurzame energie, omdat dit beter is voor het milieu en er minder fossiele brandstoffen beschikbaar zijn. In Europees verband is afgesproken dat over zes jaar 14 procent van alle energie duurzaam wordt opgewekt. Bedrijven gaan de parken bouwen.

Naast de windmolens op land komen er ook windmolens op zee. Vorig jaar werd afgesproken dat die in 2023 minimaal 4.400 megawatt zullen opwekken. Het is de bedoeling dat de energieproductie in 2050 volledig duurzaam is; in 2023 moet 16 procent van alle energie duurzaam worden opgewekt.