Het kabinet heeft nog geen besluit kunnen maken over of de Nederlandse veiligheidsdiensten AIVD en MIVD ruimere bevoegdheden moeten krijgen om op internet inlichtingen te verzamelen.

Dat schrijft minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) dinsdag aan de Tweede Kamer. 

De commissie-Dessens stelde in december vorig jaar dat de Nederlandse veiligheidsdiensten AIVD en MIVD deze ruimere bevoegdheden moeten krijgen om inlichten te verzamelen en cyberaanvallen tegen websites van de overheid of banken te voorkomen. 

De huidige wet stamt nog uit 2002, waarbij alleen aftappen van verkeer via de ether is toegestaan, terwijl het gros van het dataverkeer nu via glasvezelkabels verloopt. 

Privacy

Hoewel het kabinet stelt dat de huidige bepalingen in de wet "niet meer te rijmen valt met de snel voortschrijdende technologische ontwikkelingen", heeft het kabinet nog geen beslissing kunnen nemen, omdat het zoekt naar een goede norm waarbij de privacy van Nederlanders blijft gewaarborgd. 

Volgens het kabinet zijn er "duidelijk risico's" verbonden aan de ontwikkeling waarbij Nederlanders vrijwillig, maar niet altijd bewust, steeds meer informatie over zichzelf blootgeven op internet.  "De overheid heeft een bijzondere verantwoordelijkheid op het vlak van privacy- en gegevensbescherming", aldus de ministers.

Metadata

Volgens het kabinet wordt over het algemeen aangenomen dat hoe dichter bij de inhoud van de communicatie wordt gekomen, hoe groter de inbreuk op de privacy is. Maar het kabinet stelt dat het verzamelen van zogenaamde 'metadata' onder omstandigheden ingrijpender kunnen zijn dan een korte onderschepping van de inhoud van telecommunicatie.

Metadata zijn alle informatie behalve inhoud. In het geval van telefoongesprekken worden bijvoorbeeld alleen de betrokken telefoonnummers en lengte en tijdstip van het gesprekken bewaard, in geval van internet gaat het om bezochte adressen, mailcontacten, en de lengte van het internetbezoek. 

Digitale spionage

De extra bevoegdheden moeten alleen worden ingezet als de nationale veiligheid in het geding is, zo stelde de commissie-Dessens in december. Het kan ook gaan om het tegengaan van digitale spionage of het verzamelen van inlichtingen over een land waar Nederland een militaire missie naar toe wil sturen. 

Het kabinet stelt het wel voor het merendeel eens te zijn met de conclusies van de commissie-Dessens. De wetgeving voor het inlichtingenwerk moet worden gemoderniseerd, aldus Plasterk. De aansturing op de AIVD moet op onderdelen worden verstevigd, zo vindt het kabinet na advies van de commissie. 

Commissie Stiekem

Het kabinet vindt daarnaast dat de informatieverstrekking aan de Tweede Kamer op dit moment goed wordt uitgevoerd. Op dit moment worden leden van de Commissie voor de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (CIVD), in de volksmond de commissie-Stiekem, wel bijgepraat over de geheime diensten, maar mogen ze die informatie niets naar buiten brengen. PvdA-leider Diederik Samsom noemde deze werkwijze onlangs nog ''te onbeholpen'' en ''te geheim''

"Het kabinet heeft net als de Tweede Kamer ongemak ervaren", zo schrijft Plasterk, daarbij doelend op het debat over de afluisterzaak NSA, waarin hij een motie van wantrouwen tegen hem kreeg ingediend.

"Het noodzakelijk heimelijke karakter van de diensten verhoudt zich slecht met het rechtzetten van misstanden in het openbaar", aldus Plasterk. Het kabinet wil aan de werkwijze van de commissie Stiekem evenwel op dit moment niets veranderen, maar stelt daar wel "constructief overleg" over te willen blijven voeren.

Onrechtmatigheden

Dinsdag werd ook het onderzoek naar de AIVD en MIVD door de CTIVD, de onafhankelijke commissie die toezicht houdt op het opereren van de inlichtingendiensten, openbaar.

Deze hebben niet stelselmatig buiten de wet om inlichtingen verzameld. Wel is er sprake van onrechtmatigheden, die in strijd zijn met de wet, zo oordeelt de commissie. 

Lees hoe de verschillende partijen op de twijfel van het kabinet reageren