Het wordt weer mogelijk om criminele burgers als infiltrant in te zetten bij het bestrijden van zeer zware georganiseerde misdaad. 

Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat er althans op hoofdlijnen en onder tal van voorwaarden mee akkoord, zo viel woensdag op te maken tijdens een debat.

Er moet nog worden gestemd over een PvdA-motie over voorwaarden aan en evaluatie van de inzet.

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) wil het opsporingsmiddel al langer toepassen, omdat niet alle bendes meer met de traditionele middelen te bestrijden zijn.

De minister erkende dat er riscio's zijn, maar heeft dan ook zelf al strenge eisen aan de inzet gesteld. In een zaak mag van een andere opsporingsmethode niet al te veel meer worden verwacht, de ernst van de misdaad moet zeer groot zijn en de inzet van een infiltrant mag vooral niet te lang duren.

Er moeten afspraken worden gemaakt over wat de infiltrant mag doen bij de criminele organisatie, bijvoorbeeld bij voorbereidingshandelingen voor een misdrijf.

IRT-affaire

De criminele burgerinfiltrant is omstreden sinds de IRT-affaire van twintig jaar geleden. Met medeweten van de politie en jusitie werden grote partijen drugs doorgelaten. Daarop werd de motie-Kalsbeek aangenomen, waarin was voorgesteld het middel niet meer toe te passen.

De lessen van de IRT-affaire zijn volgens de minister echter 'een belangrijke toetssteen' geweest bij zijn voorstel om de infiltrant weer te gebruiken.