De verschillende oppositiepartijen in de Kamer zijn nog niet tevreden met de brief van de ministers Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) en Jeanine Hennis (Defensie) over de spionageaffaire. 

D66 vindt dat er "nog veel essentiële vragen" open staan, aldus Kamerlid Gerard Schouw. "Twee maanden cruciale informatie onder de pet houden is onbegrijpelijk!''

GroenLinks noemt de brief "niet overtuigend". Fractieleider Bram van Ojik vindt het "vreemd'' dat Plasterk er blijkbaar geen probleem in zag om op 30 oktober vorig jaar het tv-programma Nieuwsuur uitgebreid te woord te staan over de zaak, terwijl hij op 22 november het belang van de Staat gebruikte als argument om de Tweede Kamer niet te infomeren.

Tegenspraak

"Dat is scherp in tegenspraak met elkaar'', aldus Van Ojik maandag. "Kennelijk was het belang van de Staat op 30 oktober niet doorslaggevend en op 22 november wel.'' Op die laatste dag vernamen Plasterk en Hennis wat er precies aan de hand was geweest.

Dat Plasterk achteraf zegt dat hij Nieuwsuur destijds beter niet te woord had kunnen staan, lijkt Van Ojik "evident''. Maar dat haalt voor hem de kou niet uit de lucht.

Briefje van niks

SP-Kamerlid Ronald van Raak stelt dat de positie van minister Plasterk "verder onder druk is komen te staan nu blijkt dat hij maandenlang de waarheid achter heeft gehouden onder het mom van 'staatsgeheim'."

Hij noemt de "onzin" die Plasterk op televisie en in de Kamer heeft verteld "ongehoord". "Je kunt je niet achter staatsgeheimen verschuilen als je halve waarheden en hele leugens op televisie hebt verteld."

Van Raak noemt de brief van Plasterk verder een "briefje van niks". Uit deze brief kan ik niets anders concluderen dan dat hij het etiket staatsgeheim misbruikt om zijn eigen leugens te verdoezelen. Uiteraard krijgt hij morgen tijdens het debat nog de kans om met echte antwoorden te komen, maar dat is wel in blessuretijd."

Touw

De PVV vindt dat de problemen voor Plasterk door de brief "alleen maar groter" zijn geworden. "Plasterk heeft een touw om zijn nek gedaan met zijn antwoorden", zo vindt Tweede Kamerlid Martin Bosma.

CDA Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg noemt het "ronduit schandalig'" dat de minister de nationale veiligheid als argument gebruikte om de Kamer in november niet te informeren, terwijl hij eerder wel uitgebreid Nieuwsuur te woord stond. Volgens Van Toorenburg probeert Plasterk zich nu te redden door "mist op te werpen''. Ze gaat dinsdag met "een heel zwaar gemoed'' het debat met de minister in.

Gert-Jan Segers van de ChristenUnie stelt dat het er in het debat met  Plasterk en Hennis dinsdag er echt nog op aan gaat komen. 

"Toen Plasterk in Nieuwsuur en in de Kamer zei dat de Amerikanen telefoongegevens vergaarden, wist hij niet anders. Hij deed dat toen om een beeld bij te stellen. Maar waarom is er na 22 november, toen duidelijk was dat de zaken anders lagen, gezwegen?", zo vraagt Segers zich af.  

Jeroen Recourt van de PvdA stelt het debat juist met vertrouwen tegemoet te zien."De antwoorden van de ministers bieden op belangrijke punten de duidelijkheid die de Kamer heeft gevraagd."

Metadata

Plasterk kwam vorige week woensdag onder vuur te liggen toen hij en Hennis in een brief aan de Kamer opbiechtten dat niet de Amerikaanse afluisterdienst NSA, zoals hij eerder leek te beweren, maar Nederland zelf de 1,8 miljoen metadata vastlegden en doorgaven.

Onder metadata vallen onder meer de betrokken telefoonnummers en lengte en tijdstip van de gesprekken. De inhoud van de gesprekken zelf zou niet zijn verzameld. De zaak komt voort uit de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden. Vorig jaar publiceerde het Duitse blad Der Spiegel dat de Amerikanen in één maand 1,8 miljoen taps in Nederland zou hebben uitgevoerd.

Plasterk stelde vervolgens in Nieuwsuur dat de Amerikanen inderdaad in Europa miljoenen taps zouden hebben uitgevoerd en dat Nederland hier niet aan heeft meegewerkt. Dit verhaal herhaalde hij later in de Tweede Kamer.

Reconstructie: Rel rond Plasterk | Vijf vragen over de geheime diensten