Plasterk betreurt uitlatingen NSA-zaak in Nieuwsuur

Minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) betreurt zijn uitspraken eind oktober in Nieuwsuur over de 1,8 miljoen telefoongesprekken die door de Amerikanen in Nederland zouden zijn getapt. 

Dat blijkt uit de Kamerbrief met antwoorden op de ruim zestig vragen over zijn handelen in de NSA-afluisterzaak.

In de brief stelt Plasterk dat hij het tappen van de 1,8 miljoen Nederlandse telefoontjes door de Amerikanen als mogelijkheid zag, omdat het voor de Nederlandse diensten vaststond dat zij niet verantwoordelijk waren voor de taps.

Ook was er in de betreffende periode sprake van ongeveer 1,8 miljoen telefoongesprekken tussen Nederland en de VS. Op 20 november is gebleken dat de uitlatingen fout waren, Plasterk en zijn collega-minister Jeanine Hennis (Defensie) werden hier op 22 november over ingelicht door de binnenlandse inlichtingendiensten. 

Niet te herleiden

Waarom die conclusie niet eerder werd getrokken, kwam doordat de informatie uit de publicaties in de media "niet één op één te herleiden was tot de informatie uit de eigen systemen".

De ministers schrijven dat ze daarna samen hebben besloten de Kamer niet in te lichten. "We hebben de afweging gemaakt tussen de plicht om de Kamer zoveel als mogelijk te informeren en het belang van de Staat om in het openbaar niet in te gaan op de mogelijke modus operandi van onze diensten. Het laatste gaf de doorslag", aldus de ministers.

Wegens een aangekondigde rechtszaak is vorige week alsnog besloten om de informatie toch met de Kamer te delen.

Buitenland

De bewindspersonen schrijven in de brief verder dat de metadata in het buitenland zijn verzameld en zelfstandig zijn vergaard door de Nederlandse inlichtingendiensten. Het betreft gesprekken "met herkomst en/of bestemming in het buitenland".

Voor zover Nederlandse telefoonnummers in beeld kwamen, zijn deze eruit gefilterd voordat de informatie is gedeeld met partnerdiensten.

PRISM

Het kabinet benadrukt in de brief dat de Nederlandse diensten geen gebruik maken van PRISM of van gelijksoortige afluisterprogramma's van Amerikaanse geheime diensten.

De ministers schrijven dat er geen sprake was van onduidelijkheden rondom het verzamelen van de gegevens en dat rechtmatig is gehandeld.

In de brief stelt het kabinet, op de vraag of minister Plasterk is geadviseerd om niet teveel over de zaak in de media te verschijnen, dat "de minister als enige verantwoordelijk is voor zijn optredens in de media".

Commissie-Stiekem

Onduidelijk is of de speciale Kamercommissie voor vertrouwelijke zaken, de commissie-Stiekem, wel door de bewindspersonen is geïnformeerd over de kwestie.

Kamerleden mogen deze informatie vanwege de vertrouwelijkheid niet gebruiken en dus ook niet delen. In de brief schrijven Plasterk en Hennis dat over de informatieverstrekking over de NSA-zaak aan deze commissie geen mededelingen kunnen worden gedaan. 

Niet overtuigend

De oppositie is allerminst overtuigd over de antwoorden van het kabinet. Zo vindt GroenLinks-leider Bram van Ojik het "vreemd" dat Plasterk wel in Nieuwsuur uitlatingen deed over de zaak, en later in het Staatsbelang besloten werd zijn beweringen niet te corrigeren.

"Kennelijk was het belang van de Staat op 30 oktober niet doorslaggevend en op 22 november wel", aldus Van Ojik. D66-Kamerlid Gerard Schouw is ook niet mild over de minister van Binnenlandse Zaken: "Twee maanden cruciale informatie onder de pet houden is onbegrijpelijk."

SP-Kamerlid Ronald van Raak spreekt van een "flutverhaal". "Uit deze brief kan ik niets anders concluderen dan dat hij het etiket staatsgeheim misbruikt om zijn eigen leugens te verdoezelen", aldus de SP'er.

Onder vuur

Plasterk kwam vorige week woensdag onder vuur te liggen toen hij en Hennis in een brief aan de Kamer opbiechtten dat niet de Amerikaanse afluisterdienst NSA, zoals hij eerder leek te beweren, maar Nederland zelf de 1,8 miljoen metadata vastlegden en doorgaven.

Onder metadata vallen onder meer de betrokken telefoonnummers en lengte en tijdstip van de gesprekken. De inhoud van de gesprekken zelf zou niet zijn verzameld.

De zaak komt voort uit de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden. Vorig jaar publiceerde het Duitse blad Der Spiegel dat de Amerikanen in één maand 1,8 miljoen taps in Nederland zou hebben uitgevoerd.

Plasterk stelde vervolgens in Nieuwsuur dat de Amerikanen inderdaad in Europa miljoenen taps zouden hebben uitgevoerd en dat Nederland hier niet aan heeft meegewerkt. Dit verhaal herhaalde hij later in de Tweede Kamer.

NSO

Vorige week bleek echter dat de 1,8 miljoen taps niet door de Amerikanen, maar door de Nationale Sigint Organisatie (NSO) zijn getapt. Deze Nederlandse dienst tapte de metadata uit oorlogsgebieden en gaf ze door aan de Amerikanen.

De oppositie verwijt Plasterk (PvdA) nu de Kamer verkeerd te hebben geïnformeerd en ook coalitiepartner VVD toonde zich kritisch. "Het lijkt erop dat in dit geval de snelheid vóór de zorgvuldigheid is gegaan", aldus VVD-Kamerlid Klaas Dijkhoff vorige week woensdag.

Dinsdag debatteert de Tweede Kamer met beide bewindspersonen over de kwestie.

Reconstructie: Rel rond Plasterk | Vijf vragen geheime diensten

Lees meer over:
Tip de redactie