Afgelopen woensdag ontstond plotseling grote ophef rond minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk. Wat is er precies aan de hand?

Woensdagmiddag plofte er een zeer kort briefje op de mat bij de Tweede Kamer, ondertekend door de ministers Plasterk en Jeanine Hennis (Defensie).

Daarin komt het kabinet terug op eerdere mededelingen dat de 1,8 miljoen metadata-gegevens, waarover werd gerept in het Duitse tijdschrift Der Spiegel, door de Amerikanen uit Nederland zouden zijn getapt.

De Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden kwam in de loop van 2013 met onthullingen over Amerikanen die via hun afluisterdienst NSA op grote schaal het Europese telefoonverkeer in de gaten zouden houden. Onder andere de telefoons van de Duitse bondskanselier Angela Merkel en die van de paus zouden worden afgeluisterd.

In oktober werd via Der Spiegel duidelijk dat in december 2012 in Nederland 1,8 miljoen 'taps' zouden hebben plaatsgevonden. Toen was wel al duidelijk dat het ging om metadata-gegevens, dus niet om daadwerkelijke registratie van telefoongesprekken.

In heel Europa werd onmiddellijk met verontwaardiging gereageerd en onder meer in Frankrijk werd de Amerikaanse ambassadeur op het matje geroepen.

De NSA-verantwoordelijke Keith Alexander liet vervolgens weten dat de bondgenoten zelf meewerken aan het verzamelen van de gegevens en dat er geen sprake is van het vergaren van informatie van Europese burgers. De Spaanse krant El Mundo onthulde dat Nederland zelf intensief zou samenwerken met de NSA.

Nieuwsuur

Het kabinet houdt zich aanvankelijk op de vlakte. In een Kamerbrief stelt Plasterk dat uit mediaberichten "zou blijken" dat de Amerikanen de metadata zouden tappen en opslaan. Even later is hij in Nieuwsuur stelliger.

Als presentator Twan Huys hem vraagt of hij nu overtuigd is dat het gebeurt, antwoordt hij: "Ja, en ik heb zelfs vanavond nog bericht gekregen waarin staat dat die miljoenen telefoongesprekken metadata, dat dat geen flauwekul is."

Hij keurt het handelen van de Amerikanen vervolgens gelijk af. "Het is niet acceptabel dat onze bondgenoten zich op ons gebied niet aan de Nederlandse wet zouden houden." Ook zegt hij niet te weten dat de Amerikanen dit deden en roept hij hen op zich aan de wet te houden.

Op de vraag of Nederland die data zelf zou kunnen hebben doorgegeven, zoals El Mundo suggereerde, antwoordt hij ontkennend: "Nederland werkt samen met de NSA, maar die 1,8 miljoen, daar heb ik nog eens nadrukkelijk naar gekeken, zijn niet door Nederland verzameld en dus ook niet verschaft." Dit verhaal herhaalde Plasterk een week later in een Kamerdebat.

Rechtszaak

Vrijwel tegelijkertijd slepen een aantal instanties, waaronder journalistenvakbond NVJ, hem voor de rechter vanwege de spionagepraktijken. Volgens de aanklagers maakt de Nederlandse inlichtingendienst AIVD illegaal gebruik van de informatie.

In november blijkt ineens dat ook de Noren slachtoffer zijn geworden van de afluisterpraktijken, maar al een dag later openbaart de Noorse inlichtingendienst dat het de data zelf heeft vergaard en doorgegeven.

"Wij hebben deze gegevens verzameld ter ondersteuning van Noorse militaire operaties in buitenlandse conflictgebieden en de wereldwijde strijd tegen terrorisme", verklaart Kjell Grandhagen, hoofd van de dienst.

Bellen rinkelen

Of dit alarmbellen heeft doen rinkelen bij de Nederlandse ministeries en de inlichtingendiensten AIVD (verantwoordelijkheid Plasterk) en MIVD (verantwoordelijkheid Hennis), wordt uit de brief van het kabinet niet duidelijk.

Wel is het frappant dat, blijkens de Kamerbrief van Hennis en Plasterk, de Nederlandse diensten een dag na de verklaring van de Noren al concludeerden dat de verklaring van Plasterk fout was en dat het data betrof van de eigen Nationale Sigint Organisatie (NSO).

De bewindspersonen besluiten vervolgens de conclusie niet met de Kamer te delen. "We hebben de afweging gemaakt tussen de plicht om de Kamer zoveel als mogelijk te informeren en het belang van de Staat om in het openbaar niet in te gaan op de mogelijke modus operandi van onze diensten. Het laatste gaf de doorslag", schrijven de ministers maandag.

Vanwege de lopende rechtszaak was het kabinet in februari alsnog genoodzaakt openheid van zaken te geven over de kwestie. Onduidelijk is of de feiten anders ooit op tafel waren gekomen.

Militaire missies

Die toelichting komt precies overeen met de eerdere Noorse verklaring. De gegevens zijn door de Nederlanders zelf op legale wijze verzameld via de dienst NSO en doorgegeven en hebben betrekking op militaire missies in het buitenland. 

Het was een zeer kort briefje dat voor de oppositie, maar ook voor coalitiepartijen VVD en PvdA, woensdag meer vragen opriep dan het de zaak verhelderde.

Het leverde een beeld op dat Plasterk in oktober en november de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd en dat er te vroeg is gereageerd op mediaberichten, zonder dat er goed naar de feiten is gekeken. Dit beeld wordt versterkt als Hennis diezelfde dag overvallen lijkt door de vele vragen vanuit de pers. 

Ze stelt dat zij al die tijd wist van de werkwijze van de diensten. "Ik ga niet over de woorden van de heer Plasterk. Ik heb nooit gecommuniceerd dat de Amerikanen het hebben gedaan", aldus Hennis.

Coalitiepartij VVD haalt vervolgens hard uit naar de PvdA-minister. "Het lijkt erop dat in dit geval de snelheid vóór de zorgvuldigheid is gegaan", aldus VVD-Kamerlid Klaas Dijkhoff. Ook PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt stelt: "Het zou me niet verbazen als dat de conclusie zou zijn van het debat."

Op het matje

Nog diezelfde avond worden zowel Hennis als Plasterk bij de premier op het matje geroepen over de ontstane rel. Ook moeten de twee opheldering komen geven bij fractievoorzitters Halbe Zijlstra (VVD) en Diederik Samsom (PvdA) in het bijzijn van de bazen van de inlichtingendiensten AIVD en MIVD. De verbijstering in de top van het kabinet is groot dat dit zo uit de hand heeft kunnen lopen.

Als vervolgens uit mediaberichten blijkt dat Hennis, maar ook de eigen AIVD, Plasterk zouden hebben opgeroepen om in oktober terughoudend te zijn met al te harde conclusies richting de Amerikanen, loopt de spanning in Den Haag verder op.

Zo schuift premier Mark Rutte donderdagavond met Hennis (beiden VVD) aan bij een overleg op het ministerie van Sociale Zaken van vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA). De premier wil snel opheldering, want vrijdag moet hij al naar Sotsji voor de Olympische Winterspelen.

Debat

Even lijkt Plasterk (PvdA) helemaal alleen te staan, maar uiteindelijk wordt donderdag besloten dat ook Hennis acte de presence moet komen geven tijdens het voor dinsdag gepland staande debat. 

De chaotische dagen laten zien dat er binnen het kabinet weinig sprake was van regie over de manier waarop deze kwestie zou worden gecommuniceerd. De oppositie ruikt daardoor bloed.

SP-Kamerlid Ronald van Raak reageerde woensdag als eerste: "Ik heb ernstige twijfels of de minister de Kamer wel juist heeft ingelicht en ik heb ernstige twijfels of de minister zelf wel weet wat er eigenlijk aan de hand is."

Dinsdag zal tijdens het debat moeten blijken of de Kamer nog vertrouwen heeft in de betrokken bewindspersonen.