Nederland heeft zelf de gegevens over 1,8 miljoen telefoongesprekken verzameld, niet de NSA. De Nationale Sigint Organisatie (NSO) heeft de data doorgegeven aan de NSA.

Dat schrijven de ministers Plasterk (Binnenlandse Zaken) en Hennis (Defensie) in een brief aan de Tweede Kamer.

In augustus publiceerde het Duitse weekblad Der Spiegel een grafiek waaruit bleek dat de NSA 'metadata' in handen had over 1,8 miljoen Nederlandse telefoongesprekken in een periode van één maand. Plasterk bevestigde in eerste instantie zelf in Nieuwsuur dat de NSA die gegevens had verzameld.

Onder metadata vallen onder meer de betrokken telefoonnummers en lengte en tijdstip van het gesprekken. De inhoud van gesprekken zelf zou niet zijn verzameld.

Terrorisme

In zijn brief schrijft Plasterk woensdag dat de NSO, een onderdeel van de Nederlandse inlichtingendienst MIVD, zelf de gegevens heeft verzameld "in het kader van terrorismebestrijding en militaire operaties in het buitenland".

"De gegevens zijn rechtmatig gedeeld met de Verenigde Staten in het licht van internationale samenwerking op de hierboven genoemde onderwerpen", schrijft Plasterk. 

Hij maakt niet duidelijk of de NSO nog steeds op grote schaal metadata over telefoonverkeer onderschept. Ook schrijft hij niet waarom deze informatie nu pas naar buiten komt. Plasterk stelt enkel dat "aanvullende informatie en vervolgens nader onderzoek en analyse van de gepubliceerde gegevens" heeft geleid tot een nieuwe conclusie.

Slag om de arm

Een woordvoerder van Plasterk stelt tegenover NU.nl dat de minister zichzelf niet heeft tegengesproken. Plasterk heeft volgens hem nooit met zekerheid gesteld dat de NSA verantwoordelijk was voor het verzamelen van metadata. "Hij heeft dat altijd met een slag om de arm gezegd", aldus de woordvoerder.

In de bewuste aflevering zei Plasterk over de 1,8 miljoen stukjes metadata: "Die zijn niet door de Nederlandse dienst verzameld en dus ook niet door de Nederlandse dienst verschaft aan de NSA."

Ook in een Kamerdebat op 6 november (.pdf) zei Plasterk over het leveren van de metadata aan de Amerikanen: "Ik heb al eerder gezegd dat Nederland dat niet heeft gedaan." Hij wees daarbij naar de bondgenoten: "Dat is dus de bron van die gegevens. Dat is ook de reden waarom onze dienst dat niet wist. Je kunt dat niet weten."

Er was volgens de woordvoerder van Plasterk nader onderzoek nodig om tot de conclusie te komen dat de NSO die informatie verzamelde. Hij ontkent dat de minister niet op de hoogte was van de activiteiten van de Nederlandse inlichtingendiensten.

Radioverkeer

De woordvoerder benadrukt dat de metadata geen betrekking hebben op mobiele telefoongesprekken, die volgens de wet niet ongericht mogen worden afgetapt. In plaats daarvan gaat het om radioverkeer en gesprekken van satteliettelefoons.

Minister Hennis (Defensie) zei woensdag dat de nieuwe informatie is gepubliceerd  omdat er "sprake was van hardnekkige beeldvorming en sprake van een rechtszaak".

Gevraagd of ook Nederlanders doelwit waren van spionage, zegt ze: "Waar het om gaat is dat bepaalde patronen in kaart worden gebracht. Het gaat nadrukkelijk niet om telefoonverkeer tussen Nederlanders en we delen al helemaal geen Nederlandse telefoonnummers in dit kader."

Gesprekken

Hennis wil niet ingaan op de eerdere uitspraken van Plasterk. Wel zegt ze dat zij op de hoogte was van de activiteit van de NSO. De organisatie valt politiek gezien binnen haar verantwoordelijkheid, terwijl Plasterk verantwoordelijk is voor de AIVD.

Volgens de woordvoerder van Plasterk kan niet worden gesteld dat er gegevens over 1,8 miljoen gesprekken zijn verzameld, omdat er tussen de "metadata records" ook vermeldingen van radioverkeer kunnen zitten.

In Nieuwsuur zei Plasterk in oktober dat hij het verzamelen van metadata door de NSA afkeurde. Hij sprak toen echter over het verzamelen van mobiele telefoongegevens en niet over het soort metadata dat door de NSO is verzameld, stelt de woordvoerder.

Verbaasd

Dinsdag wordt in de Tweede Kamer gedebatteerd over afluisteren door de NSO en de uitspraken van Plasterk.

SP-Kamerlid Ronald van Raak reageert tegenover NU.nl verbaasd op de brief van Plasterk. "Ik snap er niks meer van", zegt hij over het feit dat Plasterk zijn eigen uitspraken lijkt tegen te spreken.

"Ik heb ernstige twijfels of de minister de Kamer wel juist heeft ingelicht en ik heb ernstige twijfels of de minister zelf wel weet wat er eigenlijk aan de hand is", zegt hij. Van Raak heeft al schriftelijk Kamervragen ingediend over de brief.

''De Tweede Kamer moet zich afvragen of hij wel de juiste persoon is op deze plek. Dat ziet er niet goed uit. Zijn brief zorgt voor heel weinig vertrouwen."

Van Raak: ''Eerst zei de minister: zulke dingen doen wij in Nederland niet. Toen zei hij: het waren de Amerikanen. Nu zegt hij: we zijn het toch zelf. Blijkbaar weet de minister die verantwoordelijk is voor de geheime diensten zelf niet wat zich daar afspeelt. Dat is heel verontrustend.''

''Hij moet snel met een uitgebreide verantwoording komen en niet met zo'n kort paniekbriefje. Blijkbaar voelt hij zich geroepen om de Kamer ineens te laten weten dat wat hij eerder zei niet klopt. In het debat zullen we dan als Kamer moeten bepalen of hij de juiste persoon is om dit probleem op te lossen.''

Snelheid

Ook VVD-Kamerlid Klaas Dijkhoff is ontevreden over het handelen van Plasterk. "Het lijkt erop dat in dit geval de snelheid voor de zorgvuldigheid is gegaan", aldus de VVD'er.

"Het is niet ideaal dat niet eerst is geverifieerd waar die 1,8 miljoen taps vandaan kwamen."

Terroristen

Ook D66-Kamerlid Gerard Schouw vraagt om opheldering. Hij wil bovendien weten waarom het in het kader van terrorismebestrijding nodig is om in één maand gegevens over 1,8 miljoen telefoontjes te verzamelen. "Hoeveel terroristen denkt de minister dat er in Nederland rondlopen? Dit is buitenproportioneel", aldus Schouw.

Hij herhaalt zijn oproep tot een parlementaire enquête over het afluisterschandaal. Daar was vooralsnog geen meerderheid voor. "Maar deze bekentenis van de minister moet toch voor iedereen de druppel zijn", zegt hij.

Opmerkelijk

Christenunie-Kamerlid Gert-Jan Seegers is ontstemd. ''De minister is slecht op de hoogte van de activiteiten van zijn diensten of hij heeft binnen en buiten de Kamer een niet adequate voorstelling van zaken gegeven. Beiden zijn zeer ernstig."

"Het is met terugwerkende kracht ook opmerkelijk dat minister Plasterk destijds veel terughoudender reageerde op het afluisteren door NSA in verschillende Europese landen dan dat regeringen in andere landen reageerden", aldus Seegers. "Daarnaast is het de vraag of de activiteiten van de Nederlandse diensten rechtmatig zijn geweest."

Seegers wil dat het toezicht op de inlichtingendiensten wordt aangescherpt, zodat de privacy van Nederlandse burgers beter wordt beschermd.

Voorwaarden

Onder de Nederlandse wet mogen de inlichtingendiensten onder bepaalde voorwaarden metadata verzamelen en delen met anderen, zegt Rejo Zenger van burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom. Hij wil weten of de NSO aan die voorwaarden heeft voldaan.

Ook zegt hij bezorgd te zijn over het wetsvoorstel dat de inlichtingendiensten zou toestaan om kabelgebonden internetverkeer ongericht af te tappen. Zenger vraagt zich af of die gegevens ook met de NSA zullen worden gedeeld, mocht de wet inderdaad worden gewijzigd. "Dat kan echt niet."

Bekijk de reactie van D66-kamerlid Schouw:

Bekijk recente onthullingen rond de wereldwijde spionage