Staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken) wil dat er een eind komt aan het dusdanig doorfokken van honden dat het dierenwelzijn in gevaar komt.

Dat zegt ze in een vraaggesprek met NU.nl

Maandag krijgt Dijksma een intentieverklaring overhandigd van betrokkenen in de sector om te komen tot een plan dat hier een einde aan maakt.

Deze verklaring, een initiatief van de overkoepelende organisatie op het gebied van rashonden, dwingt onder meer de vereniging van dierenartsen, universiteiten in Wageningen en Utrecht om te werken aan een plan van aanpak.

"Een paar jaar geleden las ik een reportage over volstrekt doorgefokte honden. Met huidplooien die zo dik zijn dat ze niet eens meer kunnen zien, met schedeltjes die zo klein zijn dat de herseninhoud er bijna uit komt en honden die alleen nog maar via keizersnede kunnen bevallen", aldus Dijksma.

Afgelopen jaar heeft het ministerie onderzoek laten doen naar het doorfokken van de chihuahua, de Franse Bull Dog en de Labrador Retriever. Ook werd de Perzische kat onderzocht.

"De gegevens uit die onderzoeken kunnen helpen bij het nadenken over zinvolle voorstellen voor beleid." 

"Denk bijvoorbeeld aan het aanscherpen van de manier waarop keurmeesters de gezondheid van honden vaststellen. Waardoor je toch langzaam de druk op de broodfokkers, die meer op geld uit zijn dan op het welzijn van dieren, opvoert."

Hoe kan het dat dat doorfokken zulke gevolgen heeft voor de dieren?

"Je ziet dat de eisen van consumenten wel belangrijk zijn. Kijk naar de chihuahua. Mensen willen een zo klein mogelijk hondje. Daar wordt ook mee geadverteerd: deze chihuahua past in een theekopje." 

"Maar dat is dus ook de kern: een dier is geen ding en zeker geen accessoire. Als uiterlijke kenmerken het welzijn dusdanig beïnvloeden dat een dier geen prettig leven meer heeft, wil je dat de de sector daar verantwoordelijkheid voor neemt om dat te verbeteren."

Welk percentage van alle huisdieren is op zo'n manier te ver doorgefokt?

"We hebben 2,9 miljoen katten en 1,5 miljoen honden. 60 procent van de huishoudens heeft een huisdier. Welk percentage te maken heeft met kenmerken van doorfokken weten we niet. Het zou goed zijn als in die samenwerking daar een beeld van ontstaat. Het lastige is wel dat veel kwesties zich buiten de scope van de overheid bevinden." 

Hoe kun je daar dan toch op toezien?

"Lastig, we hebben niet achter iedere boom een inspecteur. Daarom is die samenwerking belangrijk. Dan kun je de druk organiseren die nodig is. Het kan ook het bewustzijn bij de consument vergroten."

Moet de manier van fokken dan toch niet gewoon wettelijk worden vastgelegd?

"Niet alles kun je met wetgeving oplossen. In de hele keten moet een verstandige mix zitten van zelfregulering en voorlichting. Dat vragen we nu ook van de sector. Ik noemde het voorbeeld van de keurmeester."

Maar als de vraag naar zo'n schattig klein hondje blijft zal de markt in die behoefte voorzien.

"Dat zou kunnen. Maar veel mensen weten niet wat de gevolgen zijn van het kopen van deze doorgefokte honden. Wat helpt is dat er zaken bestaan waarbij eigenaars er in slaagden de medische kosten te verhalen bij de broodfokker. Ook die kennis is belangrijk om te verspreiden, hiermee maak je het de fokkers moeilijker."