Nadezjda Tolokonnikova en Maria Aljochina van de Russische vrouwenpunkband Pussy Riot zijn er blij mee dat de Nederlandse delegatie in Sotsji gaat spreken met Russische activisten. 

Dat heeft Tolokonnikova vrijdag in Amsterdam gezegd bij de opening van het Human Rights Weekend in debatcentrum de Balie.

Volgens Tolokonnikova zijn deze gesprekken belangrijk, omdat buitenlandse druk op het beleid van president Vladimir Poetin wel degelijk zou helpen. 

De activisten van Pussy Riot hebben tijdens hun bezoek aan Nederland veel mensen gesproken die de Nederlandse delegatie naar de Winterspelen te zwaar vinden.

'Belangrijk'

''Voor politiek activisten in Rusland is het ongelooflijk belangrijk dat landen als Nederland, waar mensenrechten een prioriteit vormen van de regering, druk uitoefenen op Poetin", meent Tolokonnikova. Deze druk zou nu namelijk alleen van buiten Rusland komen, en niet van binnenuit. Als niemand zich zou inspannen voor politieke gevangenen, zullen zij 2 tot 3 keer langer achter de tralies verdwijnen dan Pussy Riot, aldus de punkband.

De twee vrouwen gingen vrijdagmiddag op bezoek bij minister Timmermans van Buitenlandse Zaken. Daar hebben ze aangegeven dat de delegatie openlijk aan de wereld moet duidelijk maken wat ze buiten de openingsceremonie zien. 

"De Russen hebben een andere manier van dialoog, dat moeten ze beseffen", zegt Tolokonnikova. "Alles wat achter gesloten deuren wordt gezegd, wordt naderhand genegeerd. Er wordt alleen ja op geknikt. Pas als er in het openbaar wordt gecommuniceerd kan het helpen."

Tolokonnikova en Aljochina zaten 1,5 jaar in de gevangenis, nadat ze een protestlied hadden gezongen tegen Poetin in een Moskouse kathedraal. Volgens een onderzoekster van HRW onderdrukt Poetin onder meer activisten, homoseksuelen en migranten om de conservatieve achterban aan zich te binden.