De missie in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz heeft 66,6 miljoen euro minder gekost dan geraamd.

Dat staat in de eindevaluatie van de politietrainingsmissie die woensdag door het kabinet naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De missie begon juni 2011 en kwam vorig jaar voortijdig tot een eind. Dat was het gevolg van het besluit van Duitsland om zich eerder terug te trekken uit Kunduz. Duitse militairen zorgden voor de bescherming van de Nederlanders. Bovendien ging de training van Afghaanse agenten sneller dan verwacht.

De lagere uitgaven zijn onder meer het gevolg van vertragingen, meevallers in het civiel inhuren van luchttransport en het vroegtijdig stoppen van de missie. Er komen dit jaar nog wel wat rekeningen binnen van de gestopte missie. De missie heeft de afgelopen jaren 215,1 miljoen euro gekost.

Versterking

Doel van de politietrainingsmissie was versterking van de politie en justitie en versterking van de Afghaanse rechtsstaat. Hiervoor is een goede basis gelegd, aldus de evaluatie. Of de resultaten ook op de lange termijn beklijven is ''mede afhankelijk van de politieke en veiligheidsontwikkelingen'' in het land.

Het aantal opgeleide agenten (ruim achthonderd) is uiteindelijk lager dan geraamd. Dat komt deels doordat de Tweede Kamer de beperking had opgelegd dat alleen civiele agenten in Kunduz mochten worden getraind. De ervaring in Kunduz maakt volgens het kabinet duidelijk dat er ,,terughoudend'' moet worden omgegaan met dit soort beperkingen.

De komende jaren blijft Nederland de Afghanen steunen. Voor de periode 2015-2017 is al wel 90 miljoen euro toegezegd. Hoe het verder gaat na de terugtrekking van de buitenlandse troepen eind dit jaar is nog onduidelijk. Het kabinet wil eerst het veiligheidsakkoord afwachten dat de Amerikanen met de Afghaanse regering proberen te sluiten.