Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken voelt zich gesteund door de waarschuwing van de Wetenschappelijke Raad (WRR) voor het regeringsbeleid dat Nederland een nieuw multicultureel drama te wachten staat als de arbeidsmigratie van Roemenen en Bulgaren niet beter begeleid wordt.

De PvdA-minister constateert dat een ''chique en gerespecteerd instituut'' als de WRR nu vaststelt wat hijzelf al geruime tijd zegt.

Asscher voelt zich door een maandag verschenen rapport van de WRR sterker staan in Brussel, zei hij dinsdag. De minister strijdt daar al geruime tijd tegen schijnconstructies waarmee Oost-Europese arbeidsmigranten de Nederlandse arbeidsmarktregels ontduiken.

Vorige week spraken de EU-ministers van Sociale Zaken af om schijnconstructies in de bouw hard aan te pakken. Asscher hoopt dat deze maatregel snel door het Europees parlement wordt bekrachtigd. Daarna moeten de afspraken worden uitgebreid naar andere bedrijfstakken, zoals de transportsector.

Sociale voorzieningen

Volgens Asscher toont het WRR-rapport ook aan dat eurocommissaris Viviane Reding (Justitie) ongelijk had toen ze vorige week zei dat landen die te veel arbeidsmigranten uit Oost-Europa binnen hun grenzen krijgen, blijkbaar te royale sociale voorzieningen hebben. ''Reding heeft er niets van begrepen'', aldus Asscher.

Asscher kreeg de afgelopen tijd soms het verwijt van populisme. ''De discussie over de toonhoogte is wat mij betreft nu voorbij'', constateert hij met een verwijzing naar het WRR-rapport.

Minimumloon

PvdA-leider Diederik Samsom is het met de WRR eens dat de fouten die in het verleden zijn gemaakt bij de komst van onder meer Marokkanen en Turken naar Nederland, niet nog een keer gemaakt moeten worden. Hij noemde onder meer het ontduiken van het minimumloon en de praktijken van huisjesmelkers. Maar volgens Samsom treedt zijn partijgenoot Asscher hard op tegen misstanden.

De discussie over Oost-Europese arbeidsmigranten is opgelaaid doordat ook Roemenen en Bulgaren sinds 1 januari zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland aan de slag mogen.

Integratie

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid waarschuwde dinsdag in een rapport dat de overheid meer moet investeren in de integratie van Bulgaren en Roemenen.

Hiermee moet voorkomen worden dat het Oost-Europeanen het net zo slecht vergaat als Turkse en Marokkaanse arbeidsmigranten in de jaren 60 en 70.

Sinds dit jaar hebben Roemenen en Bulgaren geen werkvergunning meer nodig om in andere EU-lidstaten te mogen werken. De arbeidsmigratie binnen Europa levert meer op dan het kost, maar toch is er volgens de raad reden tot zorg.

"Vooral over de onderkant van de arbeidsmarkt." Met name Bulgaren, die veelal lager zijn opgeleid, zouden een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt hebben.

Parallel

De WRR ziet een parallel met de geschiedenis. In de jaren 60 en 70 namen Nederlandse werkgevers ongeschoolde Turken en Marokkanen aan om werk te doen in sectoren die al snel naar het buitenland werden verplaatst.

"De kosten van hun werkloosheid, onder andere in de vorm van uitkeringen, kwamen voor rekening van de gemeenschap, oftewel de overheid." Ondertussen hadden de werkgevers er alleen maar voordeel aan.

Tijdens de economische crisis waren het volgens de WRR ook de Turken en Marokkanen die in groten getale werkloos werden, simpelweg omdat ze aan de onderkant van de arbeidsmarkt zaten. Om te voorkomen dat ook grote groepen Bulgaren en Roemenen werkloos worden, zouden zaken als tijdelijke contracten, uitzendwerk en ZZP-constructies kritisch tegen het licht moeten worden gehouden.

Risico

Zulke constructies brengen het risico met zich mee dat snel veel arbeidsmigranten werkloos worden, waarschuwt de raad. Ook zou het oneerlijke concurrentie met de al aanwezige beroepsbevolking op sociale premies uitlokken. Naast een goede handhaving zouden nieuwe Europese regels nodig zijn om dergelijke concurrentie tegen te gaan.

Ook zou de overheid kansen onbenut laten door maar weinig hoogopgeleide migranten naar Nederland te lokken. Slechts een vijfde van alle arbeidsmigranten is hoogopgeleid. Nederland zou voor deze groep aantrekkelijker moeten worden gemaakt door te investeren in de kennisinfrastructuur en een goed 'ontvangstklimaat'.

Op niveau

Ook zouden loopbanen op niveau moeten worden aangeboden. "Op die manier kunnen we misschien de vele Roemeense en Bulgaarse studenten, op dit moment zo'n 1.050 respectievelijk 1.600, aan ons land binden. Een deel van hen volgt namelijk opleidingen, met name in de techniek, waar op de Nederlandse arbeidsmarkt vraag naar is."

Wel moet worden voorkomen dat alle kennis uit Roemenië en Bulgarije wordt gezogen. De onderzoekers wijzen erop dat Nederland een van de grootste investeerders in die landen is.

Lees ook: 'Komst Roemenen en Bulgaren voldongen feit'