Lilianne Ploumen, minister van Buitenlandse Handel, is blij dat Coolcat en Prénatal het Bangladesh-akkoord uiteindelijk toch hebben getekend.

Dat laat Ploumen weten in een gesprek met NU.nl

"Deze bedrijven zijn een voorbeeld voor de sector", zegt Ploumen.

Ze voegt toe dat inmiddels een groot deel van de Nederlandse kledingbedrijven het akkoord (pdfdat textielarbeiders een veilige werkomgeving moet bieden heeft ondertekend.

Eind november vorig jaar hekelde Ploumen nog de bedrijven die weigerden hun handtekening te zetten onder het akkoord. "Of ze tekenen alsnog, of ze verliezen hun geloofwaardigheid bij de klanten", hield de minister hen destijds voor. Dat hoofdstuk wil de bewindsvrouw nu graag sluiten. 

Bewust

Volgens Ploumen zijn consumenten zich het afgelopen jaar bewuster geworden van hoe textiel geproduceerd wordt. Dat geldt volgens de minister niet alleen voor Nederlanders, maar voor mensen wereldwijd.

"De tragedie in Bangladesh laat zien hoe mensen overal ter wereld met elkaar verbonden zijn", zegt Ploumen. "Als moeder wil je hier een t-shirt kunnen kopen voor je zoon tegen een redelijke prijs. Maar je wilt ook dat het is gemaakt onder goede omstandigheden."

Ploumen wordt in haar uitspraken bijgestaan door Alan Roberts, een van de opstellers van het Bangladesh-akkoord. "Iedereen kan via sociale media campagne voeren. Vroeger moest je met banners de straat op, nu druk je op een knop. Je kunt je niet meer verbergen", zegt Roberts.

Stem

Volgens Ploumen is een ander voordeel van het akkoord dat fabrieksarbeiders in Bangladesh nu een stem hebben die wordt gehoord.

"De overheid, werknemers, fabriekseigenaren, vakbonden. Iedereen kan nu problemen aankaarten", zegt de minister. Daarvoor moesten fabrieksarbeiders volgens haar aan het werk terwijl ze wisten dat het onveilig was.

Ophef

Vorig jaar april ontstond er wereldwijd veel ophef toen een fabrieksgebouw in de hoofdstad Dhaka instortte, daarbij vielen ruim elfhonderd dodenHet gebouw voldeed niet aan de veiligheidsvoorschriften en er waren teveel mensen binnen aan het werk op het moment van het ongeluk

In het ingestortte pand waren onder andere vijf textielfabriekjes gevestigd die ook voor westerse bedrijven werkten. Niet alleen instorting is een gevaar, vaak schiet de brandveiligheid ook tekort met doden tot gevolg. 

Wat volgde was het internationaal opgezette Bangladesh-akkoord dat de veiligheid van werknemers moet waarborgen, inmiddels hebben 164 bedrijven wereldwijd hier hun handtekening onder gezet.

Onaangekondigde inspecties moeten zorgen voor naleving van de veiligheidsvoorschriften en kunnen indien noodzakelijk leiden tot sluiting van fabrieken.

Rumoerig

De rumoerige politieke situatie in het land, waarbij de oppositie de verkiezingen boycotte en mensen bij gevechten met de politie omkwamen, brengt het akkoord volgens Ploumen en Roberts niet in gevaar.

"Het is belangrijk voor de regering om betrokken te blijven, zij weten ook hoe belangrijk de sector voor het land is", zegt Ploumen. De textielindustrie is namelijk goed voor 80 procent van de totale export van Bangladesh en biedt werk aan ongeveer vier miljoen mensen.

Inspecties

Volgens Roberts zijn er al honderd inspecties uitgevoerd. "Bij een fabriek was de veiligheid niet in orde. Daar hebben wij met de eigenaar gekeken hoe het beter kan en een plan van aanpak opgesteld. Dat is de juiste methode." 

Vanaf februari kunnen de vijftienhonderd fabrieken die meedoen aan het Bangladesh-akkoord een bezoek verwachten. De inspectierapporten vormen uiteindelijk de basis voor eventuele verbeteringen.