Israël ziet graag dat de Nederlandse regering met een aanvullende verklaring komt over het recente besluit van pensioenverzekeraar PGGM om de belangen in vijf Israëlische banken te verkopen.

Dat zegt de Israëlische ambassadeur in Nederland, Haim Divon, in een interview met NU.nl. PGGM verkocht de belangen vanwege de betrokkenheid van de banken bij de financiering van Israëlische nederzettingen in bezette Palestijnse gebieden.

Eerder beëindigde advies- en ingenieursbureau Royal Haskoning DHV zijn betrokkenheid bij de bouw van een afvalwaterzuiveringsproject in Israël. Waterbedrijf Vitens stopte de samenwerking met Israëlische evenknie Mekorot.

"Ik hoop dat we nog meer van de regering horen. De eerste statements van de Nederlandse regering waren goed", aldus Divon, onder meer doelend op de stelling van minister Frans Timmermans dat de regering tegen boycots en sancties is. "Maar we willen graag dat er nog een aanvullende verklaring komt."

Ondermijnen

Volgens Divon ondermijnen de Nederlandse bedrijven die zich terugtrekken uit Israël vanwege het nederzettingenbeleid de gestelde doelen van de internationale gemeenschap, en het vredesproces in het bijzonder.

"Ik hoop dat de regering zich dat realiseert en dat zij proactief is. De bedrijven zijn natuurlijk onafhankelijk, maar tegelijkertijd luisteren zij goed naar wat de regering zegt over deze kwestie."

Vredesakkoord

Divon: "We bereiken op dit moment juist een cruciale fase van het vredesproces. Bekijk het dan eens vanuit ons perspectief: we willen heel graag een akkoord bereiken om het conflict te beëindigen en wat kijgen we? We krijgen straffende maatregelen van bedrijven. Boycots en sancties. Als er op de Olympische Spelen een onderdeel 'hypocrisie' zou zijn, zouden sommige van jullie bedrijven hier gemakkelijk goud winnen."

Volgens Divon is het nieuws van PGGM in Israël hard aangekomen. "Het gaat om een fractie van een procent van onze economie, maar het is symbolisch en voor ons zeer ergerlijk. Als we willen samenwerken, is dit niet de manier."

Divon stelt dat de relatie tussen Israël en Nederland een piek had bereikt door de trip van premier Mark Rutte naar Israël. "Niemand heeft er belang bij om na de piek die we hebben bereikt, af te zakken." 

Gevoelig

Als meer Nederlandse bedrijven het voorbeeld van PGGM volgen, vreest Divon voor de gevolgen. Voor de handelsrelatie is het volgens hem van groot belang dat de perceptie van Nederland als vriend van Israël niet verandert.

"Ik kom net terug uit Israël, en de mensen vroegen me: 'Wow, wat is er gebeurd in Nederland? Dat was een goede vriend, en wat nu?'. We willen niet dat dat de perceptie in Israël door dit soort gebeurtenissen wordt dat er iets mis is met de relatie tussen de twee landen. Anders zullen andere Israëlische ondernemingen straks zeggen: 'Dan openen we wel een vestiging in Duitsland, of in België'. Die retoriek horen we nu nog niet, en die willen we ook niet horen." 

Of er sancties volgen als meer Nederlandse bedrijven het voorbeeld van PGGM volgen, kan Divon niet zeggen. "We zullen zien, we moeten natuurlijk alle opties afwegen. Ik hoop dat het niet zal gebeuren."

Veel ophef over terugtrekken Nederlandse bedrijven uit Israël