Nederlanders zien de economische toekomst weer wat rooskleuriger in. Zes op de tien Nederlanders verwachten dat hun economische situatie de komende twaalf maanden gelijk blijft of verbetert. 

In het derde kwartaal was dat nog 45 procent.

Ook vinden nu meer mensen dat het in algemene zin eerder de goede dan de verkeerde kant op gaat met Nederland: 29 procent, versus 20 procent in het vorige kwartaal. Dat blijkt maandag uit het vierde kwartaalbericht van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

De mate van tevredenheid met de economische situatie is overigens nog altijd laag te noemen. De economie krijgt van 51 procent een voldoende, tegen 47 procent vorig kwartaal. Vijf jaar geleden was dat nog 87 procent.

Daadkracht

De daling van het vertrouwen in regering en parlement, die eind 2012 inzette, zet zich in het vierde kwartaal niet door.

Toch tonen nog altijd veel Nederlanders zich ontevreden over het gebrek aan visie en daadkracht van politiek Den Haag. Ze maken zich zorgen over bezuinigingen en vinden dat de politiek de onzekerheid vergroot, stelden de onderzoekers vast.

Lokale politiek

Gemeentebesturen worden met 68 procent voldoendes aanzienlijk beter beoordeeld dan de landelijke politiek (39 procent voldoendes). Nederlanders praten vaker dan andere Europeanen over de landelijke politiek, maar hebben volgens de onderzoekers verhoudingsgewijs heel weinig belangstelling voor lokale politiek. Zo praten Duitsers zelfs vaker over lokale dan over nationale politiek.

Voor het onderzoek wordt sinds 2008 elke drie maanden een enquête gehouden. Daarnaast zijn er focusgroepen en telefonische vervolginterviews.